Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AF3243

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-01-2003
Datum publicatie
23-01-2003
Zaaknummer
WAHV 02/00855
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2003, 55
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 02/00855

8 januari 2003

CJIB 40709867

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam

van 7 mei 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

1.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 180,-- (€ = Euro 81,68)) opgelegd ter zake van "niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg", welke gedraging zou zijn verricht op 3 maart 2001 te 21.15 uur op de A-10 noord binnenring te Amsterdam met een motorvoertuig met het kenteken [[kenteken]]

3.2. Het hof leest het kenteken van het motorvoertuig waarmee gereden is verbeterd als [ander kenteken] nu blijkens het verweerschrift van de advocaat-generaal sprake is van een kennelijke misslag. Daarmee mist het verweer van de betrokkene, voor zover inhoudende dat hij niet de bezitter is van het voertuig met het kenteken [kenteken] en daarmee niet staande kan zijn gehouden, feitelijke grondslag.

3.3. Blijkens het hoger beroepschrift en blijkens door de advocaat-generaal bij het verweerschrift overgelegde stukken is tezelfder tijd geconstateerd, dat de betrokkene ter plaatse heeft gereden met een gecorrigeerde snelheid van 142 km/h terwijl ter plaatse maximaal 100 km/h was toegestaan. Ter zake hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Blijkens de stukken is aan de thans betrokkene en in die zaak verdachte een strafrechtelijk transactievoorstel van €Euro 238,35 gedaan, welk bedrag door hem op 23 augustus 2002 is voldaan.

3.4. Over de samenloop van strafrechtelijke en administratiefrechtelijke feiten overweegt het hof het volgende. De Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften d.d. 29 juni 1999, in werking getreden op 1 augustus 1999 en gepubliceerd in de Staatscourant 1997, nummer 218, houdt voor zover hier van belang in: "Indien een gebeurtenis uit gedragingen en overtredingen bestaat, wordt ten aanzien van de betrokkene/verdachte voor ten hoogste drie feiten een sanctie opgelegd/proces-verbaal opgemaakt of een transactie aangeboden. Afdoening langs één traject is daarbij het uitgangspunt. Indien zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg wordt bewandeld dient in het proces-verbaal melding te worden gemaakt van de opgelegde sanctie(s) en op de aankondiging van de beschikking van het/de opgemaakte proces(sen)- verbaal. Van deze mogelijkheid dient slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik te worden gemaakt."

3.5. Op de aankondiging van de beschikking ontbreekt de melding van het opgemaakte proces-verbaal. Ook de melding van de sanctie in het proces-verbaal ontbreekt. Aldus is aannemelijk dat de betrokken politieambtenaar heeft verzuimd te handelen conform het in de Aanwijzing geformuleerde uitgangspunt, dat in een dergelijk geval afdoening langs één traject dient te worden gekozen. Indien hij immers zou hebben gemeend, dat in casu sprake was van een gebeurtenis waarin bij uitzondering zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke wijze van afdoening zou moeten plaatsvinden had hij dit door de voorgeschreven meldingen te doen kenbaar gemaakt.

3.6. Een en ander brengt mede, dat naar het oordeel van het hof de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Het hof zal doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.

3.7. Het hof ziet geen aanleiding een kostenveroordeling uit te spreken nu niet is gebleken van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep alsnog gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 24 augustus 2001, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 40709867 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat een bedrag van Euro€ 81,68 door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd, welk bedrag overeenkomt met een bedrag van f 180,-- dat door hem op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, van Dijk en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.