Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2003:AF3242

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-01-2003
Datum publicatie
23-01-2003
Zaaknummer
WAHV 02-00622
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 02/00622

8 januari 2003

CJIB 39846467

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Haarlem

van 4 juni 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft - nadat het hof de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Bij brief van 29 augustus 2002 heeft het hof de advocaat-generaal verzocht foto's in het geding te brengen.

Bij brief van 19 september 2002 heeft de advocaat-generaal aan dit verzoek voldaan.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt.Bij brief van 5 november 2002 heeft het hof een vraag gesteld aan de advocaat-generaal.

Bij brief van 2 december 2002 heeft de advocaat-generaal gereageerd en nadere informatie in het geding gebracht.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Namens de betrokkene wordt gesteld, dat zij ten onrechte geen oproeping voor de zitting van de kantonrechter van 4 juni 2002 heeft ontvangen.

3.2. Bij de stukken van het geding bevindt zich een kopie van de aan de betrokkene gerichte oproepingsbrief van de griffier van de rechtbank van 4 april 2002. Die brief is gericht aan het door de betrokkene in het beroepschrift genoemde adres, te weten [adres]. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat niet blijkt dat de desbetreffende brief als onbestelbaar retour is gezonden, moet het ervoor worden gehouden, dat de betrokkene de brief van 4 april 2002 heeft ontvangen en dat zij derhalve op de hoogte was van plaats, datum en tijd van de behandeling ter zitting. Dat op het adres van de betrokkene circa 80 bedrijven zijn gevestigd en de oproeping mogelijk bij één van die andere bedrijven terecht is gekomen, dient voor risico en rekening van de betrokkene te komen. Van omstandigheden die dit anders doen zijn, is het hof niet gebleken.

3.3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van f 190,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom(gedragsregel) meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 6 februari 2001 op de Dr. J.M. Den Uylweg in de gemeente Zaanstad te Zaandam.

3.4. Namens de betrokkene wordt voorts gesteld, dat twee verklaringen van getuigen naar het kantongerecht zijn gestuurd, waarin de getuigen hebben vermeld dat het motorvoertuig met kenteken [kenteken] ten tijde van de gedraging geparkeerd stond op een parkeerterrein in Amstelveen.

3.5. Art. 5 WAHV bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven.

3.6. In de regel mag de rechter het ervoor houden dat het motorrijtuig (met het kenteken zoals dat blijkens de stukken door de politie is waargenomen) waarmee de gedraging is verricht hetzelfde motorrijtuig is als dat waarvan het kenteken staat geregistreerd in het kentekenregister. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat een nader - eventueel aan de politie op te dragen - onderzoek moet worden ingesteld ter beantwoording van de vraag of bedoelde waarneming juist is en zo ja of het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht het juiste kenteken voerde. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn indien door de betrokkene concrete feiten en omstandigheden worden aangevoerd waaruit kan volgen dat het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht een ander is dan dat waarvan het kenteken ten name van de betrokkene staat geregistreerd in het kentekenregister.

3.7. Blijkens de gedingstukken is de gedraging geconstateerd met behulp van een radarsnelheidscontrolemeter en is deze vastgelegd op enige foto's. Op deze foto's kan worden waargenomen, dat op 6 februari 2001 ter plaatse is gereden met het motorrijtuig met het kenteken [kenteken], dat het gaat om een motorrijtuig van het merk Landrover en dat de gemeten snelheid 77 km/u is. Verder blijkt uit het proces-verbaal van H. Ankele van 20 november 2002 dat deze foto's zijn gemaakt met apparatuur, die verbonden is met lussen in het wegdek, en dat deze lussen zijn gelegen in de rijstrook, waarop voormeld voertuig zich bevindt. Voorts blijkt uit de bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer ingewonnen informatie, dat voormeld kenteken, behorende bij een motorrijtuig van het merk Landrover, ten tijde van de gedraging op naam van de betrokkene staat.

3.8. Nu door de betrokkene derhalve geen concrete feiten en omstandigheden worden aangevoerd waaruit kan volgen dat het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht een ander is dan dat waarvan het kenteken ten name van de betrokkene staat geregistreerd in het kentekenregister en namens de betrokkene niet wordt ontkend dat zij eigenares is van een motorrijtuig van het merk Landrover met voormeld kenteken, vloeit naar de overtuiging van het hof uit r.o. 3.7. voort dat de geconstateerde gedraging is verricht met het motorrijtuig, waarvan het kenteken op naam van de betrokkene is geregistreerd. Hieraan doet niet af dat de betrokkene stelt - wat hier van zij - dat aan de kantonrechter twee getuigenverklaringen zijn gestuurd waarin de getuigen hebben vermeld dat zij het onderhavige motorrijtuig ten tijde van de gedraging op een parkeerplaats in Amstelveen geparkeerd hebben zien staan.

3.9. De betrokkene vraagt of er een geldig ijkrapport is dat aantoont dat er sprake is van een goedgekeurd apparaat en voorts dat het ijkrappport uniek toe te wijzen is aan het apparaat dat op 6 februari 2001 om 15.26 uur de gestuurde foto's heeft gemaakt.

3.10. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt, dat de snelheidsmeter is getest, hetgeen bezwaarlijk anders kan worden opgevat dan dat het apparaat is geijkt. Voor zover de vraag van de betrokkene moet worden opgevat als een verzoek om overlegging van het ijkrapport overweegt het hof, dat geen wettelijke bepaling voorschrijft dat het ijkrapport van meetapparatuur deel uitmaakt van de stukken van het geding. Op overlegging daarvan kan de betrokkene dan ook geen aanspraak maken, noch op grond van artikel 11, vierde lid WAHV, noch op grond van enige andere wettelijke bepaling. Nu de ambtsedige verklaring van de verbalisant inhoudt dat het apparaat is geijkt en het hof geen aanleiding heeft om daaraan te twijfelen, acht het hof geen grond aanwezig om ter zake een nader onderzoek in te stellen.

3.11. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de beslissing van de kantonrechter dient te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.