Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE7576

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-09-2002
Datum publicatie
13-09-2002
Zaaknummer
WAHV 02-00380
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 02/00380

4 september 2002

CJIB 39785953

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Amsterdam

van 23 okotber 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhoudster bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,-- (Euro€ 81,68) opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 16 november 2000 op de Kinkerstraat/Bilderdijkstraat te Amsterdam.

3.2. De betrokkene voert in de eerste plaats aan, dat niet zij, maar haar echtgenoot de bestuurder is geweest en dat derhalve ten onrechte aan haar een sanctie is opgelegd ter zake van de gedraging. Zij voert tevens aan, dat de beschikking drie maanden na het tijdstip waarop de gedraging zou zijn gepleegd is verzonden, zodat haar echtgenoot noch een eventuele gedraging, noch de omstandigheden waaronder deze zou hebben plaatsgevonden zich kan herinneren. Tenslotte voert zij namens haar echtgenoot aan, dat hij ontkent de gedraging te hebben verricht, omdat hij in principe niet door rood rijdt. Het is hooguit een keer gebeurd, dat hij, voor rood licht staande, is doorgereden om de weg vrij te maken voor een ambulance.

3.3. Art. 5 WAHV bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. De rechter zal, indien de gedraging met toepassing van art. 5 WAHV is opgelegd, zoals in dezen het geval is, in het algemeen - dus ook zonder dat dat met zoveel woorden uit het dossier blijkt - ervan mogen uitgaan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Ingeval dienaangaande een verweer wordt gevoerd, zal de rechter daarop een uitdrukkelijke beslissing dienen te geven en zal hij zonodig aan de verbalisant een nadere toelichting dienen te vragen (HR 14 maart 2000, VR 2000/148).

3.4. Door de advocaat-generaal is informatie ingewonnen bij de verbalisante, de adspirant-agent van politie, Gessel. Blijkens het verweerschrift kan zij zich de betreffende gedraging niet herinneren. Volgens de verbalisante worden bij de verkeerslichteninstallatie Kinkerstraat/Bilderdijkstraat regelmatig "rood-licht-controles" gehouden. Het is gebruikelijk dat deze controles in teamverband plaatsvinden, waarbij de ene verbalisant de gedraging vaststelt en de andere verbalisant de bestuurder staande houdt. Uit het feit dat in het zich bij de stukken bevindende zaakoverzicht d.d. 15 juni 2001 de verbalisante als enig ambtenaar wordt vermeld moet het er naar haar mening voor worden gehouden dat zij deze gedraging tijdens een door haar uitgevoerde voet- of fietssurveillance heeft geconstateerd. Om die reden is het redelijkerwijze niet mogelijk geweest de bestuurder staande te houden. Aan het verzoek van de advocaat-generaal aan de verbalisante om deze feiten en omstandigheden in een aanvullend proces-verbaal vast te leggen heeft, naar aan de advocaat-generaal is medegedeeld, de verbalisante wegens langdurige ziekte niet kunnen voldoen.

3.5. De constatering, dat staande houden in het onderhavige geval niet mogelijk is geweest berust niet op enige herinnering noch op enig nader onderzoek, maar slechts op een mening van de verbalisante, die gebaseerd is op het gegeven, dat onder het zaakoverzicht slechts één ambtenaar is vermeld. Een en ander is echter ongenoegzaam, omdat het hof uit eigen wetenschap bekend is, dat ook bij rood-licht-controles in Amsterdam, waarbij meer dan één ambtenaar betrokken is en waarbij de bestuurder is staande gehouden het voorkomt, dat onder het zaakoverzicht slechts één ambtenaar staat vermeld.

3.6. Nu niet is komen vast te staan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan, kan de beschikking die aan de kentekenhoudster is opgelegd niet in stand blijven. Het hof zal derhalve doen, hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 29 mei 2001, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 39785953 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat een bedrag van €Euro€ 81,68 door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd, welk bedrag overeenkomt met een bedrag van f 180,-- dat door haar op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld.

Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Van Dijk en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.