Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE7489

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
06-09-2002
Datum publicatie
11-09-2002
Zaaknummer
BK 995/01
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Kenmerk: BK-01/00995 6 september 2002

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, derde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van

X te Z (: de belanghebbende)

tegen de uitspraak van

het hoofd van de Belastingdienst/Particulieren Groningen/Vestiging Assen (: de inspecteur),

gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aan-slag Inkomstenbelasting /Premie Volksverzekeringen 1998.

1. Het procesverloop

1.1. Aan belanghebbende is met dagtekening 19 januari 2001 een aanslag Inkomstenbelasting/Premie Volksverzekeringen 1998 opgelegd.

1.2. Tegen deze aanslag heeft belanghebbende bij een op 9 maart 2001 de inspecteur binnengekomen bezwaarschrift, gedagtekend 8 maart 2001, bezwaar gemaakt.

1.3. Bij uitspraak van 6 november 2001 heeft de inspecteur de belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar.

1.4. Van deze uitspraak is belanghebbende bij een op 28 november 2001 bij het hof binnengekomen beroepschrift in beroep gekomen.

1.5. Het verweerschrift van de directeur is op 23 januari 2002 bij het hof binnengekomen.

1.6. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 mei 2002, gehouden te Groningen, alwaar aanwezig waren de belanghebbende en de inspecteur.

1.7. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

1.8. Het hof heeft in deze zaak op 10 juni 2002 in het openbaar mondeling uitspraak gedaan, waarvan het proces-verbaal bij aangetekend schrijven, ter post bezorgd op 24 juni 2002, aan partijen is verzonden.

1.9. Bij een op 5 juli 2002 bij het hof binnengekomen brief heeft belanghebbende verzocht de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke.

1.10. Het verschuldigde griffierecht is op 7 augustus 2002 voldaan.

2. Het geschil en de standpunten van partijen.

2.1. In geschil is het antwoord op de vraag of belanghebbende ontvankelijk is in zijn bezwaar.

2.2. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend en de inspecteur ontkennend.

3. De overwegingen omtrent het geschil.

3.1. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (:AWB) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken.

3.2. Ingevolge artikel 6:8, lid 1, AWB vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit (in casu de onderhavige uitspraak) op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt.

3.3. Ingevolge artikel 6:11 AWB blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.4. Nu het door belanghebbende ingediende bezwaar is gericht tegen een aanslag van 19 januari 2001 en eerst op 9 maart 2001 bij de inspecteur is binnengekomen is het bezwaar na afloop van de termijn van zes weken ingediend.

3.5. Nu niet aannemelijk is dat zich omstandigheden hebben voorgedaan op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest is belanghebbende terecht niet ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar.

3.6. De door belanghebbende aangevoerde privé-omstandigheden kunnen niet als bedoelde omstandigheden worden aangemerkt. De belanghebbende had immers gelegenheid binnen de wettelijke termijn een pro-forma bezwaar in te dienen en het bezwaar nadien te motiveren.

3.7. Het beroep is, gelet op het voorgaande, ongegrond. Zulks brengt met zich mee dat het hof niet toekomt aan de beoordeling van het materiële geschil.

4. De proceskosten.

Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

5. De beslissing.

Het hof:

verklaart het beroep ongegrond.

Gedaan door mr Drion, raadsheer als voorzitter, lid van de derde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 6 september 2002 door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier, De voorzitter,

M. Haarsma mr F.J.W. Drion

Afschrift per aangetekende post

aan partijen verzonden op: 11 september 2002