Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6891

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-08-2002
Datum publicatie
27-08-2002
Zaaknummer
WAHV 02/00482T
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11, geldigheid: 2002-08-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 02/00482

14 augustus 2002

CJIB 472786647

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Zwolle

van 23 mei 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 190,-- (Euro€ 86,22) opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 1 november 2001 op de Beulakerweg te Giethoorn.

3.2. In zijn beroepschrift bij de officier van justitie verzoekt de betrokkene aan hem een afschrift te verstrekken van het complete proces-verbaal. In zijn beroepschrift bij de kantonrechter klaagt hij er met zoveel woorden over dat hem ondanks een expliciet verzoek daartoe nimmer een kopie van het proces-verbaal is verstrekt. Dit laatste dient te worden verstaan als een verzoek tot het verstrekken van afschriften van stukken als bedoeld in art. 11 lid 4 WAHV.

3.3. In de overwegingen van de kantonrechter ligt besloten dat aan de betrokkene ondanks diens daartoe strekkende verzoek geen afschrift van het proces-verbaal is verstrekt.

3.4. Alvorens de zaak verder te behandelen dient aan de betrokkene een afschrift te worden verstrekt van het zaakoverzicht van het CJIB waarin vervat voornoemd proces-verbaal. Vervolgens dient de betrokkene in de gelegenheid te worden gesteld zich uit te laten over de inhoud van het proces-verbaal. De advocaat-generaal dient vervolgens in de gelegenheid te worden gesteld te reageren op hetgeen de betrokkene naar aanleiding van genoemd proces-verbaal aanvoert.

3.5. De betrokkene verzoekt ook om andere documenten, zoals een ijkrapport van de gebruikte radarapparatuur. Deze documenten bevinden zich niet bij de stukken. Vooralsnog levert hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen reden op de advocaat-generaal te vragen die documenten aan de stukken toe te voegen.

3.6. Het vorenoverwogene brengt mee dat dient te worden beslist als volgt.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

draagt de griffier op aan de betrokkene een afschrift te verstrekken van het zaakoverzicht van het CJIB waarin vervat voornoemd proces-verbaal;

stelt de betrokkene in de gelegenheid binnen twee weken na verzending van voornoemd afschrift schriftelijk een nadere toelichting te geven op het beroep;

stelt de advocaat-generaal in de gelegenheid binnen twee weken na verzending van bedoelde nadere toelichting op die nadere toelichting te reageren.

Dit arrest is gewezen door mr. Vellinga, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.