Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6882

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-07-2002
Datum publicatie
27-08-2002
Zaaknummer
WAHV 02-00389
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9, geldigheid: 2002-07-17
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11, geldigheid: 2002-07-17
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2002-07-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 02/00389

17 juli 2002

CJIB 39450604

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam

van 8 maart 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te Hoofddorp,

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van f 280,-- (€127,06 euro) opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (verkeersbord A1); meer dan 30 km/h en t/m 35 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 7 januari 2001 op de Rijksweg A1 - Noordbaan te Muiden.

3.2. De gemachtigde van de betrokkene ontkent niet als bestuurder de gedraging te hebben verricht, maar stelt dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken, dan wel dat, gelet op de omstandigheden waarin de bestuurder verkeert, een lager bedrag van de administratieve sanctie had moeten worden vastgesteld.

3.3. Daartoe voert hij als belangrijkste argument aan, dat hij door overmacht gedwongen te snel heeft gereden, aangezien de gezondheidstoestand van zijn moeder hem noopte zich naar haar woonplaats te spoeden. Voorts voert hij aan, dat door op een zondag op het betreffende traject een snelheidscontrole uit te voeren een onnodig, c.q. onjuist gebruik wordt gemaakt van bevoegdheden. Tenslotte beroept hij zich er op, dat langs het weggedeelte, waar de gedraging plaatsvond de gele bordjes met de aanduiding 100 km nagenoeg geheel ontbraken.

3.4. Hoewel het niet onbegrijpelijk is dat een bestuurder in de door de hem geschetste omstandigheden ten aanzien van de toestand van zijn moeder de maximumsnelheid overschrijdt, zijn de door de bestuurder geschetste omstandigheden niet van zodanig gewicht, dat deze het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel dat deze aanleiding dienen te zijn tot matiging van de opgelegde sanctie. In aanmerking dient immers te worden genomen dat overschrijding van de maximumsnelheid met een motorvoertuig een gevaarzetting voor andere weggebruikers pleegt mee te brengen en dat niet is gebleken dat de (in casu forse) overschrijding van de maximumsnelheid met het oog op de gezondheidstoestand van de moeder van de bestuurder noodzakelijk was. In dit verband wijst het hof er op dat het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 slechts aan voorrangsvoertuigen, die de voorgeschreven optische en geluidssignalen voeren, toestaat in algemene zin af te wijken van de voorschriften van het RVV 1990 voor zover de uitoefening van hun taak dit vereist.

3.5. Aangezien de wetgever geen ruimte heeft gelaten voor eigen inzicht van de verkeersdeelnemer ten aanzien van de bepaling van de maximumsnelheid, valt niet in te zien waarom een controle op het naleven van de maximumsnelheid op een zondag onnodig, c.q. onjuist gebruik van bevoegdheden zou opleveren.

3.6. Voor zover de bestuurder zich beroept op het nagenoeg ontbreken van de gele bordjes met de aanduiding 100 km kan hem dit niet baten. Immers, noch het bestaan, noch het ontbreken van deze bordjes kan het geen gevolg geven aan de verkeerstekens die een gebod of een verbod inhouden verontschuldigen.

3.7. De beslissing van de kantonrechter kan niet in stand blijven, omdat in strijd met het bepaalde in art. 11, vierde lid, WAHV de schriftelijke reactie van de officier van justitie niet op diens verzoek aan de gemachtigde van de betrokkene is toegezonden. De advocaat-generaal heeft deze reactie alsnog aan hem doen toekomen. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.