Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6535

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-06-2002
Datum publicatie
15-08-2002
Zaaknummer
WAHV 02/00356
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Kentekenreglement 44, geldigheid: 2002-06-26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 2, geldigheid: 2002-06-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 02/00356

26 juni 2002

CJIB 38446519

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te [woonplaats]

van 15 februari 2002

betreffende

R[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te Rotterdam,

voor wie als gemachtigde optreedt mr. M.N.R. Nasrullah,

gevestigd te Rotterdam.

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 300,- (Euro€ 136,13) opgelegd ter zake van "als kentekenhouder het handelaars-kenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2000 op de Rivierweg te Rhoon.

3.2. De aankondiging van beschikking d.d. 15 oktober 2001, het zaakoverzicht en het proces-verbaal van de verbalisant van 24 augustus 2001 houden -zakelijk weergegeven- in dat aan de voorzijde van het voertuig een handelaarskenteken werd gevoerd, dat bij navraag bleek dat dit een ongeldig kenteken was en dat aan de achterzijde geen kentekenplaat was gemonteerd.

3.3. De betrokkene voert aan, dat het voorval mede is te wijten aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De ongeldige kentekenplaat was door een douanebeambte aan de betrokkene afgegeven, aangezien hij de rechtmatige gebruiker was. De betrokkene heeft abusievelijk de ongeldige kentekenplaat aan de achterkant van het voertuig geplaatst. In dit verband wijst de betrokkene op de slechte weersomstandigheden ten tijde van de gedraging, die de gedraging mede in de hand hebben gewerkt.

3.4. Op grond van het relaas van de verbalisant en hetgeen betrokkene heeft aangevoerd in onderling verband en samenhang beschouwd staat vast dat de betrokkene heeft gereden met een motorrijtuig, dat was voorzien van een kentekenplaat met een handelaarskenteken dat - zoals de verbalisant het noemt - ongeldig was verklaard.

3.5. De onderhavige gedraging behelst een administratieve sanctie op het niet naleven van art. 44 Kentekenreglement. Dit artikel luidt:

1. Een handelaarskenteken mag slechts worden gebruikt door degene aan wie het is opgegeven dan wel een door deze aangewezen persoon. Het gebruik is slechts toegestaan voor de categorie waarvoor het is opgegeven.

2. Een handelaarskenteken mag worden gebruikt voor voertuigen die ter bewerking of herstel aan degene aan wie het kenteken is opgegeven ter beschikking zijn gesteld.

3. Een handelaarskenteken moet worden gebruikt voor voertuigen die behoren tot de bedrijfsvoorraad van degene aan wie het kenteken is opgegeven.

4. Een handelaarskenteken mag uitsluitend worden gebruikt indien met het voertuig als bedoeld in het tweede en derde lid gebruik van de weg wordt gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van het erkende bedrijf of de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie het handelaarskenteken is opgegeven.

3.6. Art. 44 Kr geeft voorschriften voor de wijze waarop degene aan wie een handelaarskenteken is opgegeven daarvan gebruik kan maken. Deze bepaling richt zich niet tot degene, die gebruik maakt van een handelaarskenteken doch aan wie dat kenteken niet is opgegeven en ook niet tot degene aan wie een handelaarskenteken is opgegeven doch waarvan de geldigheid is komen te vervallen.

3.7. Het voorgaande brengt mee, dat het gedrag van de betrokkene niet de gedraging oplevert "als kentekenhouder het handelaars-kenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken". Daarom wordt de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld aan te geven of het gedrag van de betrokkene een gedraging in de zin van art. 2, eerste lid, WAHV oplevert en zoja welke gedraging en daaraan de gevolgtrekking te verbinden die hem geraden voorkomt.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

stelt de advocaat-generaal in de gelegenheid zich binnen vier weken na heden uit te laten over de vraag of en zoja welke gedraging in de zin van art. 2, eerste lid, WAHV het gedrag van de betrokkene oplevert en daaraan de gevolgtrekking te verbinden die hem geraden voorkomt;

stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal;

bepaalt dat de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld op het standpunt van de advocaat-generaal te reageren, en wel binnen een termijn van vier weken na verzending.

Dit arrest is gewezen door mrs. Vellinga, Kalsbeek en Van Dijk in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.