Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6533

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-06-2002
Datum publicatie
15-08-2002
Zaaknummer
WAHV 02-00401
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 7:25, geldigheid: 2002-06-26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2002-06-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 02/00401

26 juni 2002

CJIB 42524089

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Zutphen

van 2 april 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 250,- (= Euro€ 113,45) opgelegd ter zake van "met een voertuig rijden, terwijl het zodanig is beladen dat er gevaar bestaat voor het op de weg vallen van de lading", welke gedraging zou zijn verricht op 20 april 2001 op de N318 te Aalten.

3.2. De betrokkene maakt bezwaar tegen de opgelegde sanctie, nu in de inleidende beschikking een onjuist kenteken is vermeld. Tevens voert hij aan, dat in de beslissing van de kantonrechter het kenteken [kentekenA] is vermeld, hetgeen onjuist is.

3.3. De inleidende beschikking vermeldt als kenteken van het voertuig:

[kentekenB]. De betrokkene heeft bij de officier van justitie aangevoerd, dat hij ten tijde van de gedraging niet en ook op geen enkele andere dag heeft gereden met een auto met voormeld kenteken.

3.4. De betrokkene is staande gehouden. De aankondiging van de beschikking die aan de betrokkene is uitgereikt bevat als gegevens onder meer, dat het voertuig waarmee de geconstateerde gedraging werd verricht een Iveco bedrijfsauto betrof, met het kenteken [kentekenC]. Blijkens informatie uit het kentekenregister is dit kenteken afgegeven voor een Iveco bedrijfsauto, die op naam van de werkgever van de betrokkene staat. Voorts bevindt zich bij de stukken een ambtsedig proces-verbaal van de verbalisant van 13 augustus 2001, waarin deze verklaart dat door de Centrale Verwerking Bekeuringen een lees- c.q. invoeringsfout is gemaakt. In plaats van het kenteken [kentekenC] is nl. het kenteken [kentekenB] ingevoerd.

3.5. De officier van justitie heeft vervolgens in zijn beslissing het kenteken in de inleidende beschikking gewijzigd in [kentekenC]. Voor zover de betrokkene ingang wil doen vinden, dat dit de officier van justitie niet vrijstond faalt zijn verweer, nu de officier van justitie als beroepsorgaan bevoegd is het bestreden besluit zonodig te vernietigen en in de plaats daarvan een nieuw besluit te nemen (art. 7:25 Algemene wet bestuursrecht).

3.6. De betrokkene ontkent niet dat de gedraging met het voertuig met het in 3.5 vermelde kenteken is verricht.

3.7. Nu uit een en ander blijkt dat in de beslissing van de kantonrechter sprake is geweest van een kennelijke verschrijving bij het opnemen van het kenteken van het voertuig waarmee de gedraging werd verricht, die ook aan de betrokkene duidelijk is geweest, zodat hij ook weet waartegen hij zich heeft te verdedigen, wordt de beslissing van de kantonrechter in zoverre verbeterd gelezen in dier voege, dat waar als kenteken voertuig opgenomen staat: [kentekenA] gelezen wordt: [kentekenC].

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.