Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6385

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-06-2002
Datum publicatie
09-08-2002
Zaaknummer
WAHV 02-00303
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11, geldigheid: 2002-06-19
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12, geldigheid: 2002-06-19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 02/00303

19 juni 2002

CJIB 29041872390

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank te Rotterdam

van 6 maart 2002

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 60,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) tot en met 10 km per uur", welke gedraging zou zijn verricht op 18 april 2001 op de Bosdreef te Rotterdam met het voertuig met het kenteken FD-XN-30.

3.2. Bij de stukken van het geding bevinden zich de in de bestreden beslissing bedoelde mededelingen omtrent de zekerheidstelling. De brieven van 12 oktober 2001 en 4 december 2001 voldoen aan de daaraan te stellen eisen. De kantonrechter heeft derhalve, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.

3.3. In aanmerking genomen dat de betrokkene niet met redenen omkleed heeft aangevoerd dat van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd dat hij zekerheid stelt tot het totale van hem verlangde bedrag, was de kantonrechter niet gehouden de betrokkene te horen.

3.4. De beslissing waarvan beroep zal worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Vellinga, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.