Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6329

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-07-2002
Datum publicatie
09-08-2002
Zaaknummer
WAHV02/00383
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 02/00383

17 juli 2002

CJIB 59041579163

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Amsterdam

van 23 oktober 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van f 280,-- (127,06 euro) opgelegd ter zake van "als bestuurder van een voertuig niet voldoende afstand houden bij snelheid tot en met 80 km per uur", welke gedraging zou zijn verricht op 6 april 2001 op de Buitenveldertselaan te Amsterdam.

3.2. De betrokkene stelt, dat hij voldoende afstand heeft gehouden, dat hij in elke geval niet opzettelijk niet voldoende afstand zou hebben gehouden en dat het verkeer ter plaatse zo druk was, dat het niet mogelijk was voldoende afstand te houden, dat wil zeggen dat de ruimte die er was door een voorganger van betrokkene werd opgevuld.

3.3. Het ter zake van de onderhavige gedraging opgemaakte proces-verbaal houdt in dat betrokkene met een snelheid van ca. 50 km/h over een afstand van tenminste 200 meter over de linker rijstrook van de Buitenveldertselaan te Amsterdam reed terwijl de afstand tot - naar het hof begrijpt - het voertuig van de voor hem rijdende bestuurder één meter bedroeg.

3.4. Hetgeen de betrokkene aanvoert moet gelezen in onderling verband en samenhang kennelijk aldus worden verstaan dat de verkeerssituatie zodanig was dat verkeer dat van de rechter naar de linker rijstrook ging hem in een situatie bracht waarin hij niet voldoende afstand had tot het voertuig dat voor hem kwam te rijden, hij derhalve niet opzettelijk onvoldoende afstand tot dat voor hem rijdende voertuig bewaard heeft en hij oorspronkelijk wel voldoende afstand tot het aanvankelijk voor het rijdende voertuig heeft gehouden.

3.5. Anders dan de betrokkene kennelijk wil ontslaat de omstandigheid dat de afstand tot het voor hem rijdende voertuig wordt opgevuld door een voertuig dat van rijstrook wisselt hem niet van de plicht voldoende afstand te houden tot dat voertuig. In dit licht gezien is hetgeen de betrokkene aanvoert niet van zodanige aard dat aan de juistheid van de hiervoor weergegeven inhoud van het proces-verbaal moet worden getwijfeld.

3.6. In zijn beroepschrift wijst de betrokkene er terecht op dat in het proces-verbaal niet is ingevuld achter welk soort voertuig dan wel achter wie zijn voertuig reed toen daarmee de onderhavige gedraging zou zijn verricht en dat daarin evenmin is ingevuld waar het politievoertuig reed van waaruit de verbalisant de onderhavige gedraging zou hebben geconstateerd.

3.7. Genoemde feilen in het proces-verbaal roepen in het licht van hetgeen hiervoor onder 3.2 - 3.5 is overwogen niet zodanige twijfel op aan de zorgvuldigheid van de waarneming van de verbalisant, dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Daarmee staat vast dat de betrokkene de onderhavige gedraging heeft verricht.

3.8. In dat geval beroept betrokkene zich er op dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden: nu hij "gekleefd" heeft, had zijn voorligger naar rechts moeten gaan, heeft zijn voorligger het verkeer dus onnodig gehinderd en had deze bestuurder een proces-verbaal dienen te krijgen wegens onnodig links rijden. Dit verweer gaat reeds daarom niet op omdat niet valt in te zien dat uit het "kleven" van de betrokkene zonder meer volgt dat de bestuurder van het voor hem rijdende voertuig naar links had kunnen gaan.

3.9. De beslissing van de kantonrechter dient dus te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs. Vellinga, Dijkstra en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.