Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6105

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-06-2002
Datum publicatie
05-08-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00655
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 53, geldigheid: 2002-06-19
Wegenverkeerswet 1994 75, geldigheid: 2002-06-19
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9, geldigheid: 2002-06-19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2002, 173

Uitspraak

WAHV 01/00655

19 juni 2002

CJIB 38022861

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Leeuwarden

van 1 november 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van f 180,- opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging zou zijn verricht op 7 november 2000 op de [adres] in de plaats [woonplaats]

3.2. De betrokkene ontkent niet dat de gedraging is verricht. De betrokkene is echter van oordeel dat de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel dat een lager bedrag van de administratieve sanctie had moeten worden vastgesteld. Hiertoe voert de betrokkene aan, dat bij hem, naar aanleiding van de informatie van het keuringsstation van de RDW te Lelystad, het vertrouwen is ontstaan dat zijn auto op 3 juli 2000 APK-gekeurd is, dat de RDW te Veendam hiervan op de hoogte was en het keuringsstation in Lelystad hem dan ook niet juist, dan wel niet volledig heeft geïnformeerd.

3.3. In hoger beroep moet worden uitgegaan van de volgende feiten. Het keuringsbewijs van het onderhavige motorrijtuig had op 1 mei 1999 zijn geldigheid verloren. De geldigheid van het kentekenbewijs is vervolgens op verzoek van de betrokkene geschorst tot juni 2000. Op 3 juli 2000 is het motorrijtuig goedgekeurd. Daarna is voor het motorrijtuig een kentekenbewijs verstrekt.

3.4. Art. 53 WVW1994 luidt:

De Dienst Wegverkeer geeft bij de afgifte van een kentekenbewijs tevens een keuringsbewijs voor het betrokken voertuig af indien:

a. het voertuig is onderworpen aan een onderzoek dat ten minste een controle inhoudt op de eisen, bedoeld in artikel 75, eerste lid, onderdeel a, en indien het een voertuig betreft als bedoeld in artikel 75, eerste lid, onderdeel b, tevens aan de daar bedoelde eisen, en

b. artikel 72 voor dat voertuig geldt of binnen een jaar zal gaan gelden.

3.5. Uit de door de betrokkene overgelegde nota van de keuring bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer blijkt, dat het motorrijtuig van de betrokkene overeenkomstig zijn opdracht is onderzocht op enkele, door de betrokkene opgegeven punten. Dat onderzoek omvatte niet een onderzoek dat ten minste een controle inhield op de eisen, bedoeld in artikel 75, eerste lid, onderdeel a, WVW 1994, te weten op de eisen die in het Voertuigreglement zijn gesteld voor wat betreft bouw, inrichting en staat van onderhoud van het voertuig. Blijkens de door de betrokkene overgelegde nota is het motorrijtuig immers alleen onderzocht op "modificatie personenauto/lichte bedrijfsauto technische punten", " modificatie personenauto/lichte bedrijfsauto weggedrag", modificatie personenauto/lichte bedrijfsauto"geluid incidenteel " en "modificatie personenauto/lichte bedrijfsauto beperkt remmen". Derhalve schrijft art. 53 WVW1994 in het onderhavige geval niet voor, dat aan de betrokkene een keuringsbewijs wordt verstrekt.

3.6. De betrokkene stelt dat hij ter zake onjuist door de Dienst Wegverkeer is geïnformeerd. Daarvan blijkt echter in het geheel niet. Daarom is niet aannemelijk geworden dat de betrokkene onjuist is geïnformeerd.

3.7. Het voorgaande neemt niet weg dat voor de betrokkene een verwarrende situatie was ontstaan. Doordat hem na keuring van het motorrijtuig een kentekenbewijs werd verstrekt werd bij hem de indruk gewekt dat hij aan zijn wettelijke verplichtingen had voldaan en dat hij zonder verdere plichtplegingen aan het verkeer op de weg kon deelnemen. In de onderhavige situatie stond echter het feit dat de betrokkene het motorrijtuig niet geheel doch partieel heeft laten keuren er aan in de weg dat hem behalve een nieuw kentekenbewijs overeenkomstig het bepaalde in art. 53 WVW1994 ook een keuringsbewijs werd verstrekt. Hoewel van de betrokkene kan worden gevergd dat hij nagaat of hij niet alleen een nieuw kentekenbewijs maar ook een geldig keuringsbewijs ontvangt, is de situatie in het onderhavige geval zonder toelichting van de Dienst Wegverkeer - waarvan in het onderhavige geval niet blijkt - voor de betrokkene als leek toch zo ondoorzichtig, dat het hof daarin aanleiding ziet de sanctie te matigen tot €Euro 40,84 (= fl 90,--).

3.8. Het voorgaande brengt mee, dat dient te worden beslist in voege als na te melden.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het beroep gegrond voor zover daarbij het bedrag van de sanctie in stand is gelaten en vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie in zoverre;

wijzigt het bedrag van de administratieve sanctie in € Euro 40,84;

bepaalt dat van hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld een bedrag van € Euro 40,84 - welk bedrag overeenkomt met een bedrag van fl. 90,-- - aan deze door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mrs. Vellinga, Huisman en Van Dijk in tegenwoordigheid van mr. Bennen, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.