Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5891

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-06-2002
Datum publicatie
30-07-2002
Zaaknummer
WAHV 02-00195
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 02/00195

12 juni 2002

CJIB 38619315

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Amsterdam

van 30 augustus 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt H.J. Janse, kantoorhoudend te Ridderkerk.

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 180,- opgelegd ter zake van "een weg gebruiken met voertuigen breder dan aangegeven in strijd met geslotenverklaring (bord C18)", welke gedraging zou zijn verricht op 25 oktober 2000 op de Utrechtsestraat te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kentekennummer].

3.2. De betrokkene betwist de gedraging niet. Zijn bezwaren strekken ertoe dat hij in het bezit is van een vergunning en dat hij, nu hij onder opgave van de gegevens van het voertuig en de loslokaties alle noodzakelijke vergunningen heeft aangevraagd, erop mocht vertrouwen ook werkelijk over de juiste vergunning te beschikken. De betrokkene is derhalve van mening dat ten onrechte een sanctie is opgelegd.

3.3. De onderhavige gedraging is een overtreding van art. 62 jo. bord C18 RVV 1990 (gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord is aangegeven).

3.4. De door de betrokkene in het geding gebrachte ontheffing houdt slechts in, voor zover hier van belang, dat met betrekking tot het motorvoertuig met het kenteken [kentekennummer] door Burgemeester en Wethouders van Amsterdam voor de periode van 1 oktober 1990 tot 1 oktober 2002 ontheffing wordt verleend voor het berijden van wegen binnen de 7,5 tons zône (geslotenverklaring art. 62 jo bord C21 RVV 1990, gesloten voor voertuigen en samenstellen van voertuigen, waarvan de totaalmassa hoger is dan op het bord aangegeven). Dit betekent dat voor de onderhavige gedraging geen ontheffing was verleend.

3.5. De betrokkene mocht niet op de enkele grond dat hij de hiervoor onder 3.4 genoemde ontheffing verkreeg, nadat hij alle toepasselijke ontheffingen had aangevraagd voor het door hem beoogde transport, erop vertrouwen dat voor het motorvoertuig met het kenteken [kentekennummer] ook ontheffing was verleend van het verbod van art. 62 jo. bord C18 RVV 1990. De tekst van de verleende vergunning wijst immers geenszins op een dergelijke ontheffing. Voorts is gesteld noch gebleken dat bij de gemeente Amsterdam nader is geïnformeerd omtrent de omvang van de verleende ontheffing.

3.6. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat er geen omstandigheden zijn gebleken van dien aard, dat deze het opleggen van de onderhavige sanctie niet billijken of welke tot matiging van de opgelegde sanctie dienen te leiden.

3.7. De beslissing waarvan beroep zal worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Kalsbeek, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.