Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5884

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
24-07-2002
Datum publicatie
30-07-2002
Zaaknummer
WAHV 02-00152
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Besluit proceskosten bestuursrecht 1, geldigheid: 2002-07-24
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13a, geldigheid: 2002-07-24
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13b, geldigheid: 2002-07-24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 02/00152

24 juli 2002

CJIB 49041711465

Gerechtshof te Leeuwarden

Beslissing

op het verzoek om een kostenvergoeding

ex artikel 13b WAHV

van

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. Het procesverloop

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht ongegrond verklaard. De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 7 mei 2002 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking van 11 mei 2001, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.

Bij brief van 8 mei 2002 heeft het hof de betrokkene verzocht aan het hof mede te delen of het hoger beroep wordt gehandhaafd. Tevens is de betrokkene in de gelegenheid gesteld om een verzoek tot kostenvergoeding in te dienen.

Bij brief van 27 mei 2002 heeft de betrokkene medegedeeld dat het beroep wordt ingetrokken. Hierbij is verzocht om een kostenvergoeding.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld op het verzoek om een kostenvergoeding te reageren. Bij brief van 12 juni 2002 is van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

2. Beoordeling

2.1. Ingevolge art. 13b, eerste lid, eerste volzin, in samenhang met art. 20d, vierde lid, WAHV kan de advocaat-generaal in geval van intrekking van het beroep omdat de advocaat-generaal geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van art. 13a WAHV in de kosten worden veroordeeld.

2.2. De betrokkene voert de volgende kostenposten op: verletkosten (€Euro 76,08), parkeerkosten (€Euro 4,--), reiskosten

( ongeveer Euro€ 20,--).

2.3. Ingevolge art. 1 van het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:

a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,

b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,

c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende,

d. verletkosten van een partij of een belanghebbende,

e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en

f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

2.4. Ingevolge art. 2, lid 1 onder c, van dit Besluit wordt het bedrag van de reiskosten van een partij vastgesteld overeenkomstig art. 6 eerste lid, onderdeel III van het Besluit tarieven in strafzaken. Ingevolge laatstgenoemd artikel wordt de vergoeding voor reiskosten berekend naar het tarief van een openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Aan de betrokkene komt derhalve toe een reiskostenvergoeding ter hoogte van Euro€ 24,31 ([woonplaats] - Eindhoven v.v. per bus:

2 x 7 strippen = € Euro 5,51 en Eindhoven - Dordrecht v.v. per trein = € Euro 18,80, tezamen Euro€ 24,31).

2.5. De door de betrokkene genoemde parkeerkosten van € Euro 4,-- kunnen niet worden aangemerkt als verblijfkosten onder art. 2, lid 1 onder c, van genoemd Besluit, aangezien de betrokkene moet worden geacht met het openbaar vervoer te hebben kunnen reizen en deze kosten derhalve niet te hebben behoeven te maken.

2.6. Ten aanzien van de verletkosten overweegt het hof als volgt. De betrokkene heeft bij zijn brief van 27 mei 2002 een verklaring van zijn werkgever gevoegd inhoudende dat het netto dagloon van de betrokkene Euro€ 76,08 bedraagt. Nu de betrokkene in zijn brief van 27 mei 2002 verklaart een snipperdag te hebben opgenomen, derft de betrokkene in verband met de behandeling van de zaak ter zitting van de rechtbank voormeld bedrag aan inkomsten. Gelet hierop worden de verletkosten begroot op €Euro 76,08.

3. De beslissing

Het gerechtshof:

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van €Euro 100,39.

Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Muntinga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.