Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5528

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-06-2002
Datum publicatie
18-07-2002
Zaaknummer
WAHV 02-00088
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26, geldigheid: 2002-06-12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 02/00088

12 juni 2002

CJIB 34846613

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter te Venlo

van 25 oktober 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beschikking van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de betrokkene in het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 24 januari 2001 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Het dwangbevel is betekend op 19 februari 2001. In het dossier bevindt zich een brief van betrokkene, gedateerd 26 maart 2001, gericht aan de officier van justitie, zakelijk weergegeven inhoudende, dat het dwangbevel ten onrechte is uitgevaardigd, daar de administratieve sanctie voor het einde van de termijn is betaald. "Van een medewerkster van (het deurwaarderskantoor) vernam mijn vader dat het bedrag niet bij u zou zijn aangekomen en dat ik voor 31 maart een bezwaar zou moeten indienen." Bij schrijven van 18 juni 2000 bericht het deurwaarderskantoor aan de betrokkene, dat tot executoriaal beslag zal worden overgegaan. Nadat de vader van betrokkene op 19 juni 2001 per fax hiertegen bezwaar aantekent in verband met het bezwaar dat na telefonisch contact met een medewerkster van het deurwaarderskantoor bij de officier van justitie is ingediend, zendt het deurwaarderskantoor op 20 juni 2001 een kopie van "de verzetbrief" van de betrokkene naar het CJIB met het verzoek om instructies. Deze op 28 juni 2001 ontvangen kopie van het verzetschrift wordt door het CJIB naar het kantongerecht te Venlo gezonden, waar het op 9 juli 2001 ter griffie binnenkomt.

3.2. Het verzetschrift dient ingevolge art. 26, derde lid, WAHV te worden ingediend binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel. Een mededeling hieromtrent is op de achterzijde van het dwangbevel afgedrukt. Het aan de officier van justitie gerichte schrijven is gedateerd 26 maart 2001. Dit verzetschrift is, nog daargelaten dat het bij de verkeerde instantie is ingediend, niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

3.3. Het hof overweegt ten overvloede, dat ook indien de termijnoverschrijding wegens bijzondere omstandigheden van klemmende aard verschoonbaar zou moeten worden geacht, dit de betrokkene niet kan baten, nu hij tweemaal (bij schrijven van 9 juli 2001 en 16 augustus 2001) door de griffier van het kantongerecht is verzocht het verschuldigde griffierecht en een kopie van het dwangbevel en van het betekeningsexploit op te sturen. Weliswaar voldoet de brief van 9 juli 2001 niet aan alle eisen, die daaraan op grond van de wet dienen te worden gesteld, met name niet ten aanzien van de termijn waarbinnen het griffierecht diende te worden voldaan en waarbinnen de kopie├źn van het dwangbevel en het betekeningsexploit dienden te zijn overgelegd, maar nu bij brief van 16 augustus 2001 de betrokkene nogmaals in de gelegenheid is gesteld aan deze vereisten voor de ontvankelijkheid van het verzet te voldoen, doet zich niet de situatie voor, dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld, dat de betrokkene in verzuim is geweest.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beschikking van de kantonrechter.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Vellinga, Dijkstra en Kalsbeek, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.