Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5522

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-06-2002
Datum publicatie
18-07-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00621
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2002-06-12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 01/00621

12 juni 2002

CJIB 37056355

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Amsterdam

van 5 juli 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van f 180,-- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 3 augustus 2000 om 8.20 uur op de Burgemeester de Vlugtlaan te Amsterdam.

3.2. De betrokkene stelt dat hij niet door rood licht is gereden, maar door het oranje licht. Hiertoe voert hij aan dat het niet zijn stijl is om door rood licht te rijden. Tevens stelt de betrokkene dat het tijdstip waarop de gedraging is geconstateerd niet juist is. Hiertoe voert hij aan dat hij om 8.21 uur en 8.22 uur gebruik heeft gemaakt van een pinautomaat op Plein 40-45 te Amsterdam en het derhalve niet mogelijk is dat hij om 8.20 uur de gedraging heeft verricht. Ter staving van dit laatste legt de betrokkene een bankafschrift over.

3.3. De verklaring van de verbalisant, opgemaakt op ambtsbelofte, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, houdt in - voor zover hier van belang - dat het verkeerslicht ongeveer 3 seconden op rood stond op het moment dat de betrokkene dit licht negeerde. Voorts staan in het zaakoverzicht onder meer de volgende feitgegevens vermeld:

Pleeglokatie: Burgemeester de Vughtlaan (het hof leest: Burgemeester de Vlugtlaan)

Pleegtijdstip: 8.20 uur

3.4. Het door de betrokkene aangevoerde omtrent zijn rijgedrag leidt er gelet op het algemene karakter daarvan niet toe dat het hof reden heeft om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Derhalve is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de bestreden gedraging is verricht.

3.5. Hetgeen de betrokkene aanvoert omtrent het tijdstip van de gedraging doet aan het vorenoverwogene niet af, nu uit de gedingstukken blijkt dat de plaats waar de betrokkene zou hebben gepind, Plein 40-45, zodanig dicht bij de pleeglokatie van de gedraging, Burgemeester de Vlugtlaan, ligt, dat de stelling van de betrokkene dat hij om 8.21 uur en 8.22 uur op bovengenoemde plaats zou hebben gepind, niet uitsluit dat om 8.20 uur de gedraging is verricht.

3.6. Voorts stelt de betrokkene zich op het standpunt dat er sprake is van discriminatie. Hiertoe voert hij aan dat naar zijn oordeel ook een voor hem rijdend motorvoertuig een administratieve sanctie had behoren te krijgen en dat niet vaststaat dat dat ook is geschied.

3.7. Het hof vat deze stelling van de betrokkene op als een beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel. Daarvan is naar het oordeel van het hof geen sprake, nu aan de betrokkene wordt verweten dat hij het rode licht heeft genegeerd, hetgeen niet hoeft te betekenen dat dat eveneens geldt voor een motorvoertuig dat eerder de stopstreep passeert. Mocht de bestuurder van dat motorvoertuig echter eenzelfde gedraging hebben begaan, valt bovendien niet uit te sluiten en (gezien de summiere gegevens die zijn aangevoerd) evenmin na te gaan, of terzake van die eventuele gedraging geen administratieve sanctie is opgelegd.

3.8. Gelet op het vorenoverwogene dient de beslissing van de kantonrechter te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs. Kalsbeek, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Muntinga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.