Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5520

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-06-2002
Datum publicatie
18-07-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00593
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 01/00593

12 juni 2002

CJIB 35197721

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Amsterdam

van 18 januari 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhoudster bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 180,-- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht" (feitcode R 602, gebaseerd op de artikelen 62 jo. 68 RVV 1990), welke gedraging zou zijn verricht op 6 mei 2000 op de Tasmanstraat te Amsterdam in de gemeente Amsterdam.

3.2. De betrokkene stelt dat zij niet door rood licht gereden is. Zij voert daartoe het navolgende aan.

"Ik reed vanuit het centrum in de Tasmanstraat richting Spaarndammerdijk. Ter hoogte van de Spaarndammerstraat verbreedt mijn kant van de weg zich in twee rijstroken: een voor rechtdoor, een voor linksaf. Het stoplicht voor rechtdoorgaand verkeer stond op groen, voor linksaf - het hof begrijpt: het verkeerslicht met een naar links wijzende pijl - op rood. Ik moest rechtdoor. Geen probleem dus, maar bij dat stoplicht stond een vrachtwagen aan de kant met allemaal mensen er omheen, waaronder enkele politieagenten. De rijbaan voor het verkeer dat linksaf wil slaan, was leeg. Om geen onnodige opstopping te veroorzaken, reed ik dus gedeeltelijk over de linker rijbaan om de vrachtwagen heen en vervolgde mijn weg op de rechter rijstrook rechtdoor: door het groene licht dus."

3.3. In haar nadere toelichting op het beroep voegt de betrokkene daar het volgende aan toe:

"Op het moment dat ik de vrachtwagen passeerde (de vrachtwagen stond met de neus iets voorbij het stoplicht aan de kant stil), stond het licht op groen. Vanaf dat moment kon ik het stoplicht niet meer zien, omdat de vrachtwagen het uitzicht daarop belemmerde. Zelfs als het stoplicht op oranje is gesprongen op exact het moment dat het stoplicht voor mij niet meer zichtbaar was, dan nog kan het niet op rood hebben gestaan op het moment dat ik de stopstreep passeerde. (…....) Het stoplicht blijft drie seconden op oranje, heb ik achteraf geconstateerd."

3.4. De betrokkene heeft voorts een situatieschets overgelegd. Het hof stelt vast dat daarop is afgebeeld dat de betrokkene met haar voertuig rijdend op de Tasmanstraat aanvankelijk de rechter rijstrook voor rechtdoorgaand verkeer (richting Spaarndammerdijk) volgde en dat er zich ter hoogte van de stopstreep op die rijstrook een obstakel bevond. De betrokkene is vervolgens op de linkerrijstrook voor linksafslaand verkeer gaan rijden, is de daarop aangegeven stopstreep gepasseerd en is vervolgens voorbij de stopstreep de Spaarndammerdijk opgereden.

3.5. Artikel 68 van het RVV 1990 houdt in - voor zover hier van belang -:

1. Bij driekleurige verkeerslichten betekent:

a. groen licht: doorgaan;

b. geel licht: stop; voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;

c. rood licht: stop.

2. Indien in een driekleurig verkeerslicht of in een daaraan toegevoegd éénkleurig verkeerslicht een verlichte pijl zichtbaar is, geldt het licht uitsluitend voor de door de pijl aangegeven richting.

3.6. Het verweer van de betrokkene is aldus gebaseerd op de - zoals volgt uit het bepaalde in art. 68, tweede lid, RVV 1990 - juiste gedachte dat het licht voor linksafslaand verkeer niet geldt voor verkeer dat rechtdoor gaat ook al rijdt dat over de rijstrook voor linksafslaand verkeer.

3.7. Nu de betrokkene onbetwist heeft gesteld dat zij niet linksaf is geslagen maar rechtdoor is gereden en dusdoende niet de door de - in het rood licht uitstralende verkeerslicht zichtbare - pijl aangegeven richting heeft gevolgd, terwijl niet is komen vast te staan dat het verkeerslicht voor rechtdoorgaand verkeer rood licht uitstraalde, rijst zoveel twijfel aan de juistheid van de inleidende beschikking, dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

3.8. Het hof zal de bestreden beslissing vernietigen, alsmede de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking. Tevens zal het hof bepalen dat hetgeen door de betrokkene tot zekerheid is gesteld, aan haar wordt gerestitueerd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 24 oktober 2000, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 35197721 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat een bedrag van € 81,68 door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd, welk bedrag overeenkomt met een bedrag van f 180,-- dat door haar op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld.

Dit arrest is gewezen door mrs. Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Vlietstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.