Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3462

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-05-2002
Datum publicatie
31-05-2002
Zaaknummer
WAHV 02/00097
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 02/00097

15 mei 2002

CJIB 37627114

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Utrecht

van 17 december 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te '[woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van f 180,- opgelegd ter zake van "als bestuurder van een motorvoertuig/als bromfietser die de rijbaan volgt op kruispunt andere richting volgen dan richting voorsorteervak", welke gedraging zou zijn verricht op 7 oktober 2000 op het Kardinaal Alfrinkplein in Utrecht.

3.2. Het proces-verbaal, nr. 0710200017285767, van de regiopolitie Utrecht, d.d. 14 juni 2001, opgemaakt door M.M.H. Bestman, verbalisant, houdt, voor zover hier van belang, zakelijk weergegeven in, dat de betrokkene op een voorsorteervak voor rechtdoor reed en stopte voor de stopstreep en dat hij linksaf sloeg toen het verkeerslicht groen licht uitstraalde.

3.3. De betrokkene ontkent niet de gedraging te hebben verricht, maar hij stelt dat de gedraging is verricht onder omstandigheden die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel tot een lagere sanctie zouden moeten leiden. Hij voert daartoe aan, dat hij het overige verkeer niet in gevaar heeft gebracht. Voorts voert hij aan, dat het motorvoertuig door de enorme drukte tot stilstand kwam op het Kardinaal Alfrinkplein, dat hij vervolgens op de rechter rijbaan is gaan rijden om het verkeer van links naar rechts door te laten en hem daarna door de medeweggebruikers niet de mogelijkheid werd geboden naar de linker rijbaan terug te keren en dat hij daardoor niet anders kon dan op het kruispunt een andere richting volgen dan de richting die door de voorsorteerstrook werd aangegeven.

3.4. Art. 78 RVV 1990 bepaalt dat bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen verplicht zijn op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. De huidige tekst van art. 78 RVV 1990 is - naar luid van de Nota van toelichting - vastgesteld teneinde te kunnen optreden tegen het volgen van een andere richting dan die door de voorsorteerstroken wordt aangegeven. Ook als de veiligheid op de weg niet in gevaar wordt gebracht, is het ingevolge art. 78 RVV 1990 niet toegestaan op een kruispunt een andere richting te volgen, dan de voorsorteerstrook, waarop de bestuurder van een motorvoertuig of bromfiets zich bij het einde daarvan bevind, aangeeft.

3.5. In het licht van de hiervoor gegeven uitleg van art. 78 RVV 1990 brengt de omstandigheid, dat het handelen in strijd met die bepaling kon geschieden zonder gevaar voor andere weggebruikers te veroorzaken niet mee, dat de gedraging is verricht onder omstandigheden, die oplegging van een administratieve sanctie niet billijken of tot een lager bedrag van de sanctie moeten leiden. Ook de overige door de betrokkene aangevoerde omstandigheden zijn niet van zodanige aard, dat deze meebrengen, dat de gedraging is verricht onder omstandigheden, die oplegging van een administratieve sanctie niet billijken of tot een lager bedrag van de sanctie moeten leiden.

3.6. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs. Kalsbeek, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.