Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2446

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
03-05-2002
Datum publicatie
08-05-2002
Zaaknummer
BK 347/01
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2002/25.2.15
FutD 2002-0979
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Kenmerk: BK 347/01 3 mei 2002

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, tweede enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van de Vennootschap onder firma X te Z tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid Ondernemingen van de belastingdienst te Groningen (hierna: de inspecteur), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de haar opgelegde naheffingsaanslagen in de loonbelasting betreffende het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 1997 en 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999.

1. Ontstaan en loop van het geding

Aan belanghebbende werden op 30 oktober 2000 twee naheffingsaanslagen in de loonbelasting opgelegd. Eén naheffingsaanslag betreft het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 1997, de ander het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999.

Op het tijdig ingediende bezwaar van belanghebbende heeft de inspecteur bij de bestreden uitspraken van 26 maart 2001 de naheffingsaanslagen gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen deze uitspraak in beroep gekomen bij een beroepschrift (met bijlagen), hetwelk op 7 mei 2001 ter 's hofs griffie is ingekomen.

Nadat de inspecteur zijn verweerschrift (met bijlagen) heeft ingezonden, heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden ter zitting van 11 januari 2002, gehouden te Groningen, alwaar aanwezig waren mevrouw A, vennoot van belanghebbende bijgestaan door de heer B en de heer C, de accountant van belanghebbende. Tevens was de inspecteur aanwezig.

Het hof heeft in deze zaak op 25 januari 2002 in het openbaar mondeling uitspraak gedaan, waarvan het proces-verbaal bij aangetekend schrijven, ter post bezorgd op 31 januari 2002, aan partijen is verzonden.

Bij schrijven ingekomen op 22 februari 2002 heeft belanghebbende op de wijze als bedoeld in artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen verzocht vorenbedoelde uitspraak te vervangen door een schriftelijke.

De griffier heeft belanghebbende bij aangetekend schrijven, ter post bezorgd op 27 februari 2002, gewezen op het verschuldigde griffierecht ad € 142,-- en belanghebbende heeft vervolgens op 28 maart 2002 dat griffierecht voldaan.

Van alle vermelde (en hierna nog te melden) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

2. De feiten

Blijkens de gedingstukken en op grond van het verhandelde ter zitting staat als onbetwist, dan wel onvoldoende betwist, tussen partijen vast:

2.1 De heer D is per 1 augustus 1997 in dienstbetrekking werkzaam bij belanghebbende. In de aangiften voor de loonbelasting van belanghebbende vanaf augustus 1997 tot en met 31 december 1999 is ten aanzien van de heer D gedurende het onderhavige tijdvak rekening gehouden met een vermindering aan af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen ter zake van een langdurige werkloze.

2.2 Belanghebbende beschikt niet over een zogenaamde verklaring langdurig werkloze ten aanzien van de heer D. In de loonadministratie van belanghebbende is ook geen kopie van deze verklaring ten aanzien van de heer D aanwezig.

3. Het geschil en standpunten van partijen

3.1 In geschil is het antwoord op de vraag of belanghebbende terecht de afdrachtvermindering langdurig werkloze gedurende het onderhavige tijdvak heeft toegepast. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de inspecteur ontkennend.

3.2 Voor de onderbouwing van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.

3.3 De berekening van de hoogte van de onderhavige naheffingsaanslagen is niet in geschil.

4. De overwegingen omtrent het geschil

4.1 Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (: de WVA) is de afdrachtvermindering langdurig werklozen van toepassing met betrekking tot de werknemer voor wie de inhoudingsplichtige over een verklaring langdurig werkloze beschikt en wiens loon in het desbetreffende loontijdvak niet meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering langdurig werklozen bedraagt ƒ 38.976 per kalenderjaar (1999) (ƒ 37.526 per kalenderjaar 1998 en ƒ 38.139 per kalenderjaar 1997). Artikel 9 van de WVA bepaalt dat de verklaring langdurig werkloze een schriftelijk stuk is, waarin de Arbeidsvoorzieningsorganisatie jegens de inhoudingsplichtige verklaart dat de aanstaande werknemer of de werknemer een langdurig werkloze is onderscheidenlijk was op het tijdstip voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking. De verklaring bevat het sociaal-fiscaal nummer van de werknemer.

4.2 In de parlementaire geschiedenis is het volgende omtrent de verklaring van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gezegd: "(…) Art. 9 WVA is ontleend aan de Wba, met dien verstande dat is toegevoegd de voorwaarde dat de verklaring het sociaal-fiscaal nummer van de werknemer moet bevatten. Deze toevoeging is noodzakelijk om een goede controle op de uitvoering van de vermindering langdurig werklozen te kunnen uitoefenen. Aangezien de vermindering langdurig werklozen het risico in zich draagt dat verdringingseffecten zullen gaan optreden, is er, evenals in de Wba, een aantal waarborgen ingebouwd om een dergelijke verdringing te voorkomen. Een werkgever komt voor een bepaalde werknemer slechts in aanmerking voor deze vermindering indien de Arbeidsvoorzieningsorganisatie aan hem een in het wetsvoorstel omschreven verklaring afgeeft dat de werknemer een langdurig werkloze is in de zin van de onderhavige regeling; de Arbeidsvoorzieningsorganisatie toetst hierbij of de werkgever in het recente verleden werknemers om bedrijfseconomische redenen heeft ontslagen. De bestaande toets bij aanvraag van de Wba-verklaring wordt beperkt tot die gevallen dat de Arbeidsvoorzieningsorganisatie recent een ontslagvergunning heeft verleend. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie kan in geval van een situatie waarin om bedrijfseconomische redenen een ontslagvergunning is verleend, niettemin een verklaring langdurig werkloze afgeven indien naar haar oordeel door het afgeven van die verklaring geen verdringing zal optreden van arbeidsovereenkomsten waarop de vermindering langdurig werklozen niet van toepassing is. (…) " MvT, Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Stb. 1995, 635), Kamerstukken II, 24 458, nr. 3, blz. 9. Gelet op voorgaande is het belanghebbende niet toegestaan om de afdrachtvermindering langdurig werkloze toe te passen indien zij niet over een verklaring langdurig werkloze van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie beschikt.

4.3 Het beroep van belanghebbende treft geen doel.

4.4 Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.

5. De beslissing

Het hof verklaart het beroep ongegrond.

Gedaan op 3 mei 2002 door mr. Drion, raadsheer, plaatsvervangend lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Jong-Braaksma en ondertekend door voornoemde raadsheer en door voornoemde griffier.

Op 8 mei 2002 afschrift

aangetekend verzonden aan beide

partijen.

De griffier van het Gerechtshof

te Leeuwarden.