Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1757

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-03-2002
Datum publicatie
01-07-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00613
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00613

20 maart 2002

CJIB 37247611

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Utrecht

van 8 oktober 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,-- opgelegd ter zake van "als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 13 september 2000 op de Rijksweg A-12 in Utrecht.

3.2. De betrokkene ontkent niet dat hij de gedraging heeft verricht. Hij stelt echter, dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel, dat gelet op de omstandigheden waarin hij verkeerde, een lager bedrag dan de opgelegde administratieve sanctie vastgesteld had moeten worden. Hiertoe voert hij aan, dat, nu hij door een medeweggebruiker werd afgesneden, hij gedwongen was om het verdrijvingsvlak te gebruiken, in deze situatie een levensreddende manoeuvre verrichtend.

3.3. De betrokkene voegt ter staving van zijn stelling vier situatieschetsen bij. Hierop heeft hij aangegeven dat hij zich bevond op de linkerrijstrook van een weg bestaande uit twee rijstroken, welke weg aan het einde wordt versmald tot één rijstrook, waarbij de rechterrijstrook blijft bestaan en de linkerrijstrook overgaat in een verdrijvingsvlak. De betrokkene voert aan dat hij voornemens was om vóór het verdrijvingsvlak een vrachtwagen op de rechterrijstrook in te halen, maar dat hij hierin wegens het gedrag van een medeweggebruiker niet is geslaagd. Deze medeweggebruiker zou voor het voertuig van de betrokkene tijdens de inhaalmanoeuvre, vlak vóór de vrachtwagen rechts hebben ingevoegd en vervolgens snelheid hebben geminderd, waardoor het voor de betrokkene niet mogelijk was achter die medeweggebruiker rechts in te voegen, zodat uitsluitend het gebruik van het verdrijvingsvlak resteerde.

3.4. Van een bestuurder van een voertuig, dat - zoals het voertuig van de betrokkene - zich op de linker van twee rijstroken bevindt, kan worden gevergd, dat hij zo tijdig invoegt tussen het verkeer op de rechterrijstrook, dat hij geen gebruik behoeft te maken van het verdrijvingsvlak dat zich aan het einde van de linkerrijstrook bevindt. Uit het relaas van de betrokkene blijkt, dat het invoegen in de rechterrijstrook pas vlak vóór het verdrijvingsvlak voor hem mogelijk was en dat het daardoor mede van het rijgedrag van medeweggebruikers afhankelijk was of hij daarin zou slagen. Derhalve is het in hoofdzaak aan de betrokkene zelf te wijten dat niet kon worden voorkomen dat de gedraging werd verricht.

3.5. Gelet op het vorenoverwogene is niet gebleken van omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel tot matiging van de opgelegde sanctie dienen te leiden.

3.6. Derhalve dient de beslissing van de kantonrechter bevestigd te worden.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. Muntinga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.