Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1753

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-03-2002
Datum publicatie
01-07-2002
Zaaknummer
WAHV 01/00510
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2002, 302 met annotatie van O.J.D.M.L. Jansen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00510

20 maart 2002

CJIB 34070599

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissingen

van de kantonrechter te Schiedam

van 26 maart 2001 en 11 april 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaatsnaam]

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] wonende te [woonplaats]

1. De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam bij beslissing van 26 maart 2001 ongegrond verklaard. Bij beslissing van 11 april 2001 heeft hij het beroep gegrond verklaard en de opgelegde administratieve sanctie gematigd tot

( 120,--. De beslissingen van de kantonrechter zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissingen van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,-- opgelegd ter zake van "als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 23 mei 2000 op de Rijksweg A20 W-O (ZB) in de gemeente Schiedam.

3.2. De gemachtigde van de betrokkene bestrijdt niet dat hij als bestuurder van het motorvoertuig, waarvan het kenteken ten name van de betrokkene is gesteld, het verdrijvingsvlak heeft gebruikt. Hij stelt echter, dat ter zake van die gedraging gezien de omstandigheden van het geval ten onrechte een administratieve sanctie is opgelegd. In dat verband voert hij aan dat het "ritsbord" (de gemachtigde van de betrokkene bedoelt hier kennelijk bord 64 van Bijlage 1 RVV1990) slechts 30 meter voor het verdrijvingsvlak stond, dat hij wel gepoogd heeft tijdig naar rechts in te voegen doch dat hem dat onmogelijk werd gemaakt door het verkeer dat van de doorgaande rijstrook gebruik maakte en dat hij toen teneinde veilig tussen dat verkeer te kunnen invoegen enkele meters over het verdrijvingsvlak heeft gereden. Voorts wijst hij er op dat de kantonrechter op de dag waarop het beroep in de onderhavige zaak werd behandeld, in een vergelijkbare zaak als de onderhavige de sanctie heeft gematigd tot fl 120,--.

3.3. Op 11 april 2001 heeft de kantonrechter - zoals uit de beschikking volgt - een beschikking houdende herziening van de beschikking van 26 maart 2001 gewezen waarbij de sanctie wordt gematigd tot ( 120,--. Nu echter de beslissing van 26 maart 2001 niet door enige rechterlijke uitspraak is vernietigd, kon niet met voorbijgaan van deze beslissing opnieuw op het beroep worden beslist, ook niet bij wege van herziening. Een dergelijke voorziening kent de wet immers niet. Dit betekent, dat de beslissing van de kantonrechter van 11 april 2001 dient te worden vernietigd.

3.4. De advocaat-generaal ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding het hof in overweging te geven de sanctie te matigen tot fl 120,--. Daarbij baseert de advocaat-generaal zich kennelijk op de door de gemachtigde van de betrokkene geschetste plaatselijke situatie. Daarom zal in het vervolg worden uitgegaan van de plaatselijke situatie als door de betrokkene geschetst.

3.5. Gelet op het standpunt dat de advocaat-generaal inneemt, is er naar het oordeel van het hof reden de sanctie te matigen tot (120,--. Voor verdere matiging van de sanctie is geen reden nu de gemachtigde van de betrokkene blijkens zijn mededeling dat het ter plaatse altijd erg druk is, op de hoogte was van de plaatselijke situatie en ondanks het feit dat het "ritsbord" slechts 30 meter voor het verdrijvingsvlak was geplaatst, maatregelen had kunnen nemen om zo tijdig naar rechts in te voegen dat hij niet gedwongen zou worden van het verdrijvingsvlak gebruik te maken indien een weggebruiker hem daartoe niet de gelegenheid zou willen of kunnen geven.

3.6. Het hof matigt de aan de betrokkene opgelegde sanctie tot f 120,-.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter van 11 april 2001;

vernietigt de beslissing van de kantonrechter van 26 maart 2001 en de beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij het bedrag van de sanctie in stand is gelaten en verklaart het beroep in zoverre gegrond;

wijzigt het bedrag van de administratieve sanctie in fl 120,--;

bepaalt dat van hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld een bedrag van € Euro 54,45 - welk bedrag overeenkomt met een bedrag van fl 120,-- - aan deze door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mrs. Vellinga, Huisman en Van Dijk in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.