Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1026

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-03-2002
Datum publicatie
03-04-2002
Zaaknummer
24-000852-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000852-01

Arrest d.d. 28 maart 2002 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden d.d. 27 september 2001 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

volgens eigen zeggen genaamd:

[opgegeven naam],

en geboren in het jaar [opgegeven geboortejaar],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI De Wieling, gevangenis De Marwei,

Holstmeerweg 7 8936 AS Leeuwarden

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman,

mr. J. Pieters, advocaat te Heerenveen.

Het vonnis waarvan beroep.

De arrondissementsrechtbank te Leeuwarden heeft de verdachte bij voormeld vonnis op tegenspraak wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en een maatregel, één en ander als in het vonnis nader omschreven.

Aanwending van het rechtsmiddel.

De verdachte is d.d. 10 oktober 2001 op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormeld vonnis in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft gelet op het onderzoek ter 's hofs terechtzitting van 18 maart 2002 en op het onderzoek in eerste aanleg als voorgeschreven bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering.

De beslissing op het hoger beroep.

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen en opnieuw recht doen.

Telastelegging.

Aan dit arrest is gehecht een fotokopie van de inleidende dagvaarding, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

Bewezenverklaring.

Het hof acht het primair telastegelegde bewezen, te weten dat hij op 15 december 2000 te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon, [naam slachtoffer] geheten, van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg voornoemde [naam slachtoffer], met een mes meermalen in de borststreek en in het achterhoofd en in het linkerschouderblad heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is telastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie.

Hetgeen het hof als bewezen heeft aangenomen levert op het misdrijf:

poging tot moord

Strafbaarheid.

Het hof acht verdachte te dezer zake strafbaar, nu ten opzichte van hem geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering.

De rechtbank heeft verdachte terzake van de primair telastegelegde poging tot moord veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren.

De verdachte is hiertegen in hoger beroep gekomen omdat hij de straf te hoog vond.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair telastegelegde wordt veroordeeld tot 6 jaren gevangenisstraf.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

- Verdachte heeft het voorgenomen misdrijf ruim van tevoren voorbereid. Zo heeft hij de messen die hij ervoor wilde gebruiken enkele dagen van tevoren aangeschaft;

- Verdachte heeft het slachtoffer opgezocht en één van de messen ook daadwerkelijk gebruikt tijdens zijn poging het slachtoffer om het leven te brengen;

- Verdachte heeft het slachtoffer met dat mes meermalen gestoken;

- Het slachtoffer heeft door verdachtes handelen zeer ernstige verwondingen opgelopen, waardoor direct medisch ingrijpen ter herstel van het letsel aan de borstwand en schedel nodig is gebleken;

- Ter 's hofs terechtzitting heeft verdachte op geen enkele wijze berouw getoond voor het door hem gepleegde feit. Hij heeft zelfs aangegeven dat hij ook nog een ander dan het slachtoffer om het leven wil brengen;

- In zijn rapport concludeert T.W.D.P. van Os, psychiater, dat bij verdachte sprake is en ten tijde van het gepleegde feit sprake was, van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Verdachte wordt met betrekking tot het onderhavige feit door Van Os verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Het hof neemt die conclusie van Van Os over en maakt die tot de zijne.

Gelet op het vooroverwogene is een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend. Het hof is - eenparig - van oordeel dat de door de rechtbank opgelegde straf, onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, een en ander zoals hiervoor overwogen, zodat slechts een gevangenisstraf van voormelde duur aangewezen is.

Benadeelde partij.

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is van de zijde van verdachte niet weersproken. Derhalve kan deze worden toegewezen in voege als na te melden.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op 14,75 Euro en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Het hof zal tevens de schadevergoedingmaatregel opleggen aangezien verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

Toepassing van wetsartikelen.

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45 en 289 van Strafrecht.

De uitspraak.

HET HOF,

RECHTDOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

verklaart het verdachte als voormeld primair telastegelegde bewezen en te kwalificeren als voormeld en verklaart dit feit en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan [naam slachtoffer], [adres slachtoffer] van het navolgende inbeslaggenomen voorwerp:

één zwarte jas met brede witte bies over de mouwen maat XXL van het merk Fila (goednummer 540143);

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is telastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [naam slachtoffer], wonende te [adres slachtoffer], tot een bedrag van duizendnegenentwintig euro en vierenzeventig cent;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt -tot op deze uitspraak begroot op veertien euro en vijfenzeventig cent- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizendnegenentwintig euro en vierenzeventig cent ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], wonende te [adres slachtoffer], met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van dat bedrag doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mrs. Koolschijn, voorzitter, Van Dijk en Van Stempvoort, in tegenwoordigheid van Van Jaarsveld als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.