Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AE0163

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
08-03-2002
Datum publicatie
13-03-2002
Zaaknummer
BK 434/01
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2002/17.3.2
V-N 2002/28.1.1
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Kenmerk: BK 434/01 8 maart 2002

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, vijfde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van

X te Z (: belanghebbende)

tegen de uitspraak van

het hoofd van de belastingdienst grote ondernemingen Groningen

(: de inspec-teur),

gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aan-slag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1997.

1. Het procesverloop en de feiten

1.1. De aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1997 met dagtekening 6 oktober 2000 is overeenkomstig de door belanghebbende ingediende aangifte vastgesteld.

1.2. In de aan de inspecteur gezonden brief met dagtekening 9 oktober 2000 geeft belanghebbende aan dat hij bezwaar maakt tegen voormelde aanslag omdat -kort gezegd- de stakingsvrijstelling niet juist is toegepast.

1.3. Bij de uitspraak van de inspecteur gedateerd 2 november 2000 is de onderhavige aanslag verminderd.

1.4. In de aan de inspecteur gezonden brief met dagtekening 12 november 2000 maakt belanghebbende wederom bezwaar tegen voormelde aanslag. In die brief -kort weergegeven- claimt hij de zelfstandigenaftrek en is hij de mening toegedaan dat een te hoog bedrag aan heffingsrente in rekening is gebracht.

1.5. In de uitspraak van de inspecteur van 11 mei 2001 verklaart de inspecteur belanghebbende niet ontvankelijk in zijn onder 1.4. vermelde bezwaar, omdat het een tweede bezwaarschrift betreft en op het eerder ingediende bezwaarschrift reeds uitspraak is gedaan. De door de inspecteur ambtshalve uitgevoerde inhoudelijke beoordeling leidt niet tot een nadere vermindering van de aanslag.

1.6. Op 20 juni 2001 komt belanghebbende in beroep bij het hof tegen de uitspraak van de inspecteur van 11 mei 2001.

1.7. Bij een op 18 juli 2001bij het hof binnengekomen brief heeft belanghebbende zijn beroep gemotiveerd.

1.8. Op 20 augustus 2001 heeft het hof het verweerschrift van de inspecteur ontvangen.

1.9. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 12 december 2001, gehouden te Groningen, alwaar aanwezig waren de belanghebbende en de inspecteur.

1.10. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

1.11. Het hof heeft in deze zaak op 21 december 2001 in het openbaar mondeling uitspraak gedaan, waarvan het proces-verbaal bij aangetekend schrijven, ter post bezorgd op 4 januari 2002, aan partijen is verzonden.

1.12. Bij een op 10 januari 2002 binnengekomen brief heeft belanghebbende verzocht vorenbedoelde uitspraak te vervangen door een schriftelijke.

1.13. De belanghebbende heeft het verschuldigde griffierecht op 4 februari 2002 voldaan.

2. Het geschil en de standpunten van partijen.

2.1. Te dezen is in geschil het antwoord op de navolgende vragen:

a. is belanghebbende ontvankelijk in zijn bezwaarschrift van 12 november 2000;

b. heeft belanghebbende recht op zelfstandigenaftrek;

c. is belanghebbende te veel heffingsrente in rekening gebracht.

2.2. De belanghebbende beantwoordt deze vragen bevestigend en de inspecteur ontkennend.

3. De overwegingen omtrent het geschil.

3.1. Gelet op de inhoud van de aan de inspecteur gezonden brief van belanghebbende van 9 oktober 2000, kan dit schrijven niet anders dan een bezwaarschrift gericht tegen de onderhavige aanslag worden opgevat. De inspecteur heeft dan ook terecht uitspraak gedaan op dat bezwaarschrift.

3.2. De aan de inspecteur gestuurde brief van 12 november 2000 dient, gelet op de inhoud van die brief, te worden opgevat als een (nader) bezwaar tegen de opgelegde aanslag. Deze brief kan niet worden aangemerkt als een beroepschrift gericht tegen de uitspraak van 2 november 2000. Immers, in die brief -die is gezonden naar de inspecteur - wordt expliciet gesteld dat het bezwaar is gericht tegen de onderhavige aanslag, worden nieuwe bezwaren tegen die aanslag aangevoerd en wordt de inspecteur verzocht de aanslag te corrigeren. Daarnaast dient te worden bedacht dat van belanghebbende -die van beroep registeraccountant is- mag worden verwacht dat hij tot op zekere hoogte bekend is met de procesgang in belastingzaken.

In dit verband is nog van belang dat gesteld noch gebleken is dat belanghebbende op 12 november 2000 nog geen kennis had genomen van de uitspraak van 2 november 2000. Evenmin is naar voren gekomen dat in de laatstgenoemde uitspraak niet is gewezen op de beroepsmogelijkheid bij het hof.

Doorzending van de brief van 12 november 2000 door de inspecteur aan het hof is alsdan niet aan de orde.

3.3. Onder voormelde omstandigheden heeft de inspecteur belanghebbende terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar met dagtekening 12 november 2000. Aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak komt het hof derhalve niet toe.

3.4. Het gelijk ligt derhalve aan de kant van de inspecteur.

4. De proceskosten.

Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

5. De beslissing.

Het hof

verklaart het beroep ongegrond;

Gedaan door mr Fransen, raadsheer als voorzitter, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 8 maart 2002.

De griffier, De voorzitter,

M.Haarsma mr H.H.A. Fransen

Op 13 maart 2002 afschrift

aangetekend verzonden aan beide partijen.

De griffier van het Gerechtshof

te Leeuwarden.