Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9176

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-01-2002
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00475
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5, geldigheid: 2002-01-23
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 8, geldigheid: 2002-01-23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 01/00475

23 januari 2002

CJIB 39473729

Gerechtshof te Leeuwarden

Ar[bedrijf]ger beroep tegen[betrokkene]ravenhage

van 12 september 2001

betreffende

[betrokkene]

voor wie [bedrijf]e optreedt [gemachtigde]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de [betrokkene] is als kentekenhoudster van het motorvoertuig met het kenteken [nummer] bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,-- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 19 november 2000 op de Rijksstraatweg ter hoogte van hm paal 23.6 in de gemeente Wassenaar.

3.2. De betrokkene heeft ter zake dit motorvoertuig een lease-overeenkomst gesloten met [bedrijf], welke optreedt als de gemachtigde van de betrokkene. Deze stelt in het beroepschrift dat haar een beroep op art. 8, aanhef en onder b, WAHV toekomt, op grond waarvan de inleidende beschikking zou moeten worden vernietigd. Hiertoe legt zij een huurovereenkomst over waaruit blijkt dat het voertuig ten tijde van de gedraging voor minder dan drie maanden door de gemachtigde van de betrokkene was verhuurd aan een derde.

3.3. Artikel 8, aanhef en onder b, WAHV luidt als volgt:

'De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven: b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was.'

3.4. De door de gemachtigde van de betrokkene overgelegde huurovereenkomst betreft een huurovereenkomst tussen die gemachtigde en de daarin genoemde derde, waarbij de gemachtigde het motorvoertuig heeft doorverhuurd. Het gaat derhalve niet om een door de kentekenhoudster gedaan beroep op een door deze gesloten huurovereenkomst als bedoeld in artikel 8, aanhef onder b, WAHV.

3.5. Nu uit artikel 8 WAHV volgt dat een beroep hierop slechts toekomt aan de kentekenhouder, kan het beroep van de gemachtigde van de betrokkene niet slagen (vgl. HR 1 februari 2000, VR 2000/103). Derhalve zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

3.6. Nu de betrokkene in het ongelijk wordt gesteld zal het hof het verzoek om een kostenveroordeling afwijzen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr Huisman in tegenwoordigheid van mr Muntinga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.