Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9174

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
16-01-2002
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01/00532
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 19, geldigheid: 2002-01-16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 01/00532

16 januari 2002

CJIB 36195489

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Leeuwarden

van 4 oktober 2001

betreffende

[betrokkene]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Hierin is gevraagd om een vertaling van de gedingstukken, omdat de betrokkene de Nederlandse taal niet machtig is.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. De betrokkene verzoekt om een schriftelijke vertaling van de gedingstukken, omdat hij de Nederlandse taal niet voldoende machtig is om te kunnen begrijpen hetgeen in het verweerschrift is gesteld.

3.2. Noch in de WAHV noch in enig ander op de onderhavige procedure toepasselijk wettelijk voorschrift is een regeling opgenomen voor vertaling van processtukken. Evenmin voorziet de wet in een procedure als de onderhavige in bijstand aan een betrokkene van een tolk, die zou kunnen zorgdragen voor een vertaling van enig stuk.

3.3. Ingevolge art. 6, derde lid, aanhef en onder e, EVRM heeft de verdachte recht op kosteloze bijstand van een tolk indien hij de taal die ter zitting wordt gebezigd niet verstaat of niet spreekt.

3.4. Te dien aanzien overwoog het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM) in zijn arrest van 19 december 1989 (Kamasinski vs. Austria, Série A vol. 168, NJ 1994, 26):

74. The right, stated in para. 3 (e) of Art. 6, to the free assistance of an interpreter applies not only to oral statements made at the trial hearing but also to documentary material and the pre-trial proceedings. Para. 3 (e) signifies that a person "charged with a criminal offence" who cannot understand or speak the language used in court has the right to the free assistance of an interpreter for the translation or interpretation of all those documents or statements in the proceedings instituted against him which it is necessary for him to understand or to have rendered into the court's language in order to have the benefit of a fair trial (see the Luedicke, Belkacem and Koç judgment of 28 November 1978, Series A no. 29, p. 20, § 48; NJ 1980, 40).

However, para. 3 (e) does not go so far as to require a written translation of all items of written evidence or official documents in the procedure. The interpretation assistance provided should be such as to enable the defendant to have knowledge of the case against him and to defend himself, notably by being able to put before the court his version of the events.

In view of the need for the right guaranteed by para. 3 (e) to be practical and effective, the obligation of the competent authorities is not limited to the appointment of an interpreter but, if they are put on notice in the particular circumstances, may also extend to a degree of subsequent control over the adequacy of the interpretation provided (see, mutatis mutandis, the Artico judgment previously cited, Series A no. 37, p. 16 and 18, § 33 and 36 - quoted above at paragraph 65; NJ 1980, 586).

3.5. Volgens de Memorie van toelichting bij de wet van 28 oktober 1999, Stb. 469 (Kamerstukken II, 25927, nr. 3, blz. 9) is in procedures als de onderhavige gezien de betrekkelijk eenvoudige aard van de zaken tot uitgangspunt genomen dat met een schriftelijke behandeling kan worden volstaan. Weliswaar kan een betrokkene schriftelijk verzoeken om een behandeling ter terechtzitting (art. 20a WAHV), maar een dergelijk verzoek ligt voor een betrokkene die niet in Nederland woonachtig of gevestigd is niet in de rede, gelet op de afstand tot de plaats waar het hof gevestigd is en op het beperkte belang, dat gerekend naar de ten hoogste op te leggen sanctie van ( 750,-- per gedraging (art. 2 lid 3 WAHV), in een procedure als de onderhavige aan de orde is. Van behandeling van een beroepschrift van een in het buitenland woonachtige of gevestigde betrokkene ter zitting met bijstand van een tolk, die hem kan inlichten over de inhoud van de processtukken, zal dus slechts bij hoge, zich hier niet voordoende uitzondering sprake zijn.

3.6. Het ingevolge art. 13a lid 1 WAHV in de onderhavige zaak van overeenkomstige toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht (Besluit van 22 december 1993, Stb. 763) noch enige andere wettelijke regeling voorziet in vergoeding van kosten van bijstand van een tolk, ook niet wanneer deze bijstand bestaat in de vertaling van schriftelijke stukken die deel uitmaken van een procedure als de onderhavige Daarom kan niet van de betrokkene worden verlangd dat hij tegen vergoeding van kosten zelf voorziet in de door hem gewenste vertaling.

3.7. Het vorenoverwogene leidt er toe dat aan een betrokkene, die de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en die derhalve de inhoud van enig processtuk niet begrijpt, desgevraagd een schriftelijke vertaling van een of meer door de betrokkene aan te wijzen processtukken dient te worden verschaft in een taal die de betrokkene begrijpt. Deze vertaling dient te worden vervaardigd door een beëdigd vertaler en dient in het geding te worden gebracht door het bestuursorgaan dat de sanctie heeft opgelegd of gehandhaafd. Ingevolge het bepaalde in art. 18 lid 2 WAHV is dat in de onderhavige procedure de advocaat-generaal.

3.8. Gelet op het vorenoverwogene, alsmede gelet op de inhoud van het verweerschrift, is het hof van oordeel, dat aan de advocaat-generaal opdracht moet worden gegeven een door een beëdigd vertaler te vervaardigen schriftelijke weergave van de inhoud van het verweerschrift in de Duitse taal in het geding te brengen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

draagt de advocaat-generaal op een door een beëdigd vertaler te vervaardigen schriftelijke weergave van de inhoud van het verweerschrift in de Duitse taal in het geding te brengen, en wel binnen twee maanden na de datum van dit arrest;

bepaalt, dat de betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld binnen twee weken na de verzending van bedoelde schriftelijke weergave een nadere toelichting te geven op het beroep;

verstaat - voor het geval de betrokkene een nadere toelichting geeft op het beroep - dat de advocaat-generaal in de gelegenheid wordt gesteld overeenkomstig het bepaalde in art. 19 lid 3 WAHV op die nadere toelichting te reageren.

Dit arrest is gewezen door mr Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.