Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9167

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
09-01-2002
Datum publicatie
06-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00418
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9, geldigheid: 2002-01-09
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2002, 84

Uitspraak

WAHV 01/00418

9 januari 2002

CJIB 37819454

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Rotterdam

van 22 juni 2001

betreffende

[betrokkene]

[gemachtigde]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam gegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van "als bestuurder van een motorvoertuig/ als bromfietser die de rijbaan volgt op kruispunt andere richting volgen dan richting voorsorteervak", welke gedraging zou zijn verricht op 12 november 2000 op het Kreekhuizenplein in de gemeente Rotterdam.

3.2. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene gegrond verklaard, nu in het onderhavige geval niet is gebleken dat de veiligheid van het verkeer in gevaar is gebracht, aangezien art. 78 RVV er niet aan in de weg staat dat een bestuurder, die constateert dat hij de onjuiste voorsorteerstrook berijdt, de juiste strook opzoekt, voor zover hij daarmee de veiligheid niet in gevaar brengt en ditzelfde geldt indien een bestuurder zich - zoals in het onderhavige geval - pas na het voorsorteervak realiseert dat hij een onjuiste baan berijdt.

3.3. De officier van justitie voert aan, dat de kantonrechter een onjuiste uitleg heeft gegeven aan art. 78 RVV 1990. De toelichting bij art. 78 RVV 1990 heeft volgens de officier van justitie uitsluitend betrekking op een voorsorteersituatie vóór een al dan niet met verkeerslichten toegerust kruispunt. Nu de betrokkene in de onderhavige zaak na het passeren van de stoplichten alsnog van rijrichting is veranderd, heeft de kantonrechter - aldus de officier van justitie - een onjuiste uitleg gegeven aan art. 78 RVV 1990, omdat volgens art. 78 RVV 1990 bestuurders van een motorvoertuig die op een kruising een bepaalde richting willen volgen verplicht zijn gebruik te maken van de voorsorteerstrook waarin deze richting wordt aangegeven.

3.4. Art. 78 RVV 1990, bepaalt dat bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen verplicht zijn op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. Met de tekst van deze bepaling is de door de kantonrechter gegeven - mogelijk op de oude tekst van art. 78 RVV 1990 gebaseerde - uitleg van deze bepaling niet verenigbaar. De huidige tekst van art. 78 RVV 1990 is - naar luid van de Nota van toelichting - immers vastgesteld teneinde te kunnen optreden tegen het volgen van een andere richting dan die door de voorsorteerstroken wordt aangegeven. Ook als de veiligheid op de weg niet in gevaar wordt gebracht, is het ingevolge art. 78 RVV 1990 dus niet toegestaan op een kruispunt een andere richting te volgen, dan de voorsorteerstrook, waarop de bestuurder van een motorvoertuig of bromfiets zich bij het einde daarvan bevindt, aangeeft.

3.5. In het licht van de hiervoor gegeven uitleg van art. 78 RVV 1990 brengt de omstandigheid, dat het handelen in strijd met die bepaling kon geschieden zonder gevaar voor andere weggebruikers te veroorzaken niet mee, dat de gedraging is verricht onder omstandigheden, die oplegging van een administratieve sanctie niet billijken of tot een lager bedrag van de sanctie moeten leiden. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die meebrengen, dat de gedraging is verricht onder omstandigheden, die oplegging van een administratieve sanctie niet billijken of tot een lager bedrag van de sanctie moeten leiden.

3.6. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.