Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9006

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-01-2002
Datum publicatie
06-02-2002
Zaaknummer
BK 772/01
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2002/670

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Kenmerk: BK 772/01 30 januari 2002

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, vijfde enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer van 26 oktober 2001.

De tweede enkelvoudige belastingkamer heeft voormelde uitspraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van het hoofd afdeling Burgerzaken & Belastingen van de gemeente Meppel (hierna: het hoofd), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aanslag in de afvalstoffenheffing over het jaar 2000.

1. Uitspraak waartegen het verzet is gericht

1.1. Ingevolge de artikelen 26, eerste lid, en 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto de artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht kan hij, die bezwaar heeft tegen de uitspraak van het hoofd, binnen zes weken na de dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij de rechter tot wiens rechtsgebied de standplaats van het hoof behoort.

1.2. De voorzitter van de tweede enkelvoudige belastingkamer heeft blijkens zijn uitspraak van 26 oktober 2000 met inachtneming van voormelde wetsartikelen geoordeeld dat nu de uitspraak van het hoofd is gedagtekend 29 augustus 2001 en het beroepschrift ter post is bezorgd op 12 oktober 2001, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening van de uitspraak, het beroepschrift daarom niet-ontvankelijk is.

2. Het verzet

2.1. Tegen voormelde uitspraak is belanghebbende bij een op 2 november 2001 door het hof ontvangen verzetschrift tijdig in verzet gekomen.

2.2. Het verzet is mondeling behandeld op de zitting van 16 januari 2002 te Assen, alwaar is verschenen de gemachtigde van het hoofd..

2.3. Belanghebbende is, hoewel hij behoorlijk is opgeroepen en hoewel hij heeft verzocht te worden gehoord, niet op de zitting verschenen.

3. Uitspraak op het verzet

3.1. Bij de beoordeling van het verzet gaat het hof uit van de navolgende vaststaande feiten:

3.1.1. De uitspraak van het hoofd is gedagtekend 29 augustus 2001.

3.1.2. Het beroepschrift is op 15 oktober 2001 door het hof ontvangen.

3.1.3. De envelop waarin belanghebbende het beroepschrift heeft verzonden is voorzien van een poststempel 12 oktober 2001.

3.2. Belanghebbende heeft blijkens het verzetschrift het navolgende aangevoerd:

3.2.1. De uitspraak is gedagtekend 29 augustus 2001 doch belanghebbende heeft deze eerst enkele dagen later ontvangen.

3.2.2. Het beroepschrift is door belanghebbende op 10 oktober 2001 ter post bezorgd.

3.2.3. Als gevolg van een in september 2001 aangevangen intensieve studie en naar aanleiding van de aanslag in New York op 11 september 2001 bij hem ontstane emoties heeft belanghebbende niet adequaat op de uitspraak van het hoofd kunnen reageren.

3.3. Het hoofd heeft onweersproken aangevoerd dat de uitspraak van 29 augustus 2001 op dezelfde dag aan belanghebbende is verzonden. Nu belanghebbende heeft aangevoerd dat hij de uitspraak enkele dagen na 29 augustus 2001 heeft ontvangen kan derhalve niet worden geconcludeerd dat de verzending vertraging heeft opgelopen.

3.4. Belanghebbende stelt zonder nadere onderbouwing dat hij het beroepschrift reeds op 10 oktober 2001 ter post heeft bezorgd. Dit acht het hof niet aannemelijk geworden, te meer niet nu de envelop waarin het beroepschrift is verzonden is voorzien van een poststempel 12 oktober 2001 en het beroepschrift pas op 15 oktober 2001 bij het hof is ingekomen.

3.5. Voorzover belanghebbende een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding doet door te stellen dat hij vanwege vorengenoemde omstandigheden niet adequaat heeft kunnen reageren op de uitspraak van het hoofd, is het hof van oordeel dat er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijft.

3.6. Belanghebbende is gelet op het voorgaande op juiste gronden niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.

4. De proceskosten

Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

5. De beslissing

Het gerechtshof verklaart het verzet ongegrond.

Aldus vastgesteld op 30 januari 2002 door mr Fransen, raadsheer als voorzitter, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 30 januari 2002.

Op 6 februari 2002 afschrift

aangetekend verzonden aan beide

partijen.

De griffier van het Gerechtshof

te Leeuwarden.