Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2002:AD8385

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
18-01-2002
Datum publicatie
23-01-2002
Zaaknummer
BK 391/01
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Nr. 391/01 18 januari 2002

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, vijfde enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van

X te Z (: de belanghebbende)

tegen de uitspraak van

het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente Tynaarlo

(: het hoofd),

gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aan hem uitgereikte waardebeschikking van nagenoemde onroerende zaak.

1. De feiten en het procesverloop

1.1. In het kader van de Wet waardering onroerende zaken (: de Wet) heeft het hoofd de waarde van de onroerende zaak a-weg 9903, garagebox 3, te Yde (: de onroerende zaak) aan belanghebbende bekend gemaakt bij beschikking onder nummer 00000 d.d. 25 februari 2001. Blijkens de beschikking is de waarde per waardepeildatum

1 januari 1999 vastgesteld op ƒ 10.000,--.

1.2. Bij brief van 25 februari 2001 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde waarde.

1.3. Bij uitspraak van 21 mei 2001 heeft het hoofd het bezwaar, onder handhaving van de vastgestelde waarde, ongegrond verklaard.

1.4. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende bij brief (met bijlagen) van 31 mei 2001, bij het hof binnengekomen op 5 juni 2001, beroep ingesteld.

1.5. Het verweerschrift van het hoofd is op 25 juli 2001 bij het hof binnengekomen.

1.6. In een op 18 september 2001 binnengekomen brief kondigt belanghebbende aan niet op de zitting van 17 oktober 2001 aanwezig te zullen zijn. Tevens verzoekt belanghebbende zijn in de brief weergegeven verklaring op de zitting voor te lezen.

1.7. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 oktober, gehouden te Assen, alwaar aanwezig was de gemachtigde van het hoofd.

1.8. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.

1.9. Het hof heeft in deze zaak op 31 oktober 2001 in het openbaar mondeling uitspraak gedaan, waarvan het proces-verbaal bij aangetekend schrijven, ter post bezorgd op 14 november 2001, aan partijen is verzonden.

1.10. De op 26 november 2001 bij het hof binnengekomen brief van belanghebbende verstaat het hof als een verzoek de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke.

1.11. Het verschuldigde griffierecht is op 10 december 2001 voldaan.

2. Het geschil en de standpunten van partijen.

2.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de vastgestelde waarde overeenkomt met de waarde in het economisch verkeer.

2.2. De belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en het hoofd bevestigend.

2.3. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.

3. De overwegingen omtrent het geschil.

3.1. Ingevolge artikel 17 , lid 1, van de Wet wordt een waarde aan een onroerende zaak toegekend. Ingevolge lid 2 van dat artikel wordt de waarde bepaald op de waarde, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.

3.2. Ingevolge artikel 18, lid 1, van de Wet wordt de waarde van een onroerende zaak bepaald naar de waarde die de zaak op de waardepeildatum (in casu 1 januari 1999) heeft naar de staat waarin de zaak op die datum verkeert.

3.3. Ingevolge artikel 4, lid 1 onder b, van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken, wordt de waarde, bedoeld in artikel 17, lid 2, van de Wet voor niet-woningen onder meer bepaald door middel van een methode van vergelijking met referentieobjecten.

3.4. Het hoofd, op wie te dezen de bewijslast rust, heeft voor de onderbouwing van de door hem vastgestelde waarde gebruik gemaakt van een taxatierapport d.d. 23 juli 2001, opgemaakt door A, gediplomeerd WOZ-taxateur.

3.5. Blijkens dit rapport is de waarde van de garagebox bepaald door middel van een methode van vergelijking met referentieobjecten.

3.6. Het gewaardeerde object:

Adres Kaveloppervlakte Inhoud Peildatum Waardebepaling

a-weg 9903-box 3

te Z circa 19 m2 circa 42 m3 1 januari 1999 ƒ 10.500,--

3.7. De referentieobjecten:

Adres Kaveloppervlakte Inhoud Verkoopdatum Verkoopprijs

1. a-kampen 0-ao

te L circa 20 m2 circa 44 m3 11 januari 2000 ƒ 13.500,--

2. a-weg 10-60

te L circa 19 m2 circa 42 m3 7 oktober 1997 ƒ 15.000,--

3. a-weg 0-b

te M circa 20 m2 circa 44 m3 28 juni 2000 ƒ 12.000,--

4. a-laan 9999-bx16

te N circa 18 m2 circa 40 m3 1 juli 1997 ƒ 10.000,--

3.8. Gelet op de inhoud van het taxatierapport, met name op de daaruit blijkende, zoals hiervoor weergegeven toegepaste methode van vergelijking met referentieobjecten, heeft het hoofd de door hem vastgestelde waarde van ƒ 10.000,-- niet op een te hoog bedrag vastgesteld.

3.9. Het beroep is gelet op het voorgaande ongegrond.

4. De proceskosten.

Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, daar van dergelijke kosten niet is gebleken.

5. De beslissing.

Het hof:

verklaart het beroep ongegrond.

Gedaan op 18 januari 2002 door mr. Fransen, raadsheer als voorzitter, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en ondertekend door voornoemde raadsheer en door voornoemde griffier.

Op 23 januari 2002 afschrift

aangetekend verzonden aan beide

partijen.

De griffier van het Gerechtshof

te Leeuwarden.