Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0164

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-06-2001
Datum publicatie
25-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01/00131
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:9
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00131

20 juni 2001

CJIB 16209731

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Apeldoorn

van 13 november 2000

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft - nadat het hof de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de artt. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. Voorts bepaalt het te dezen toepasselijke art. 6:9 Awb dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, alsmede dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

3.2. De bestreden beslissing is blijkens de daarop geplaatste stempel op 17 november 2000 aan de betrokkene toegezonden.

Het beroepschrift, gedateerd 22 december 2000, is blijkens het daarop geplaatste stempel op 3 januari 2001 ter griffie van het kantongerecht ontvangen, terwijl de enveloppe waarin het beroepschrift is verzonden blijkens het daarop geplaatste poststempel op 2 januari 2001 is afgestempeld.

Het beroep is derhalve niet binnen de wettelijke termijn ontvangen. De betrokkene voert echter in zijn nadere toelichting op het beroep aan, dat hij het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post heeft bezorgd. Aangezien zich de mogelijkheid voordoet, dat het beroepschrift enkele dagen bij de post is blijven liggen vanwege grote toestroom van poststukken rond de jaarwisseling gaat het hof ervan uit dat het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. Nu het beroepschrift niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen, is het hoger beroep derhalve ontvankelijk.

3.3. Bij arrest d.d. 7 juni 2000 heeft het hof de zaak teruggewezen naar het kantongerecht ten einde een nieuwe termijn te bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in art. 11 WAHV kan stellen. De zekerheidsbrief van het kantongerecht te Apeldoorn van 26 juni 2000 is echter niet correct. In de brief is geen datum vermeld waarop de termijn aanvangt waarbinnen alsnog zekerheid dient te worden gesteld.

3.4. In aanmerking genomen dat het in deze zaak gaat om een op 24 april 1997 geconstateerde gedraging en gelet op de tijd die met de behandeling van de zaak na terugwijzing zal zijn gemoeid, valt redelijkerwijs niet te verwachten dat de zaak zal kunnen worden berecht binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Daarom zal het hof de zaak niet terugwijzen, maar zelf afdoen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter.

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 5 december 1997, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 16209731 de administratieve sanctie is opgelegd;

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.