Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0161

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-06-2001
Datum publicatie
25-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00/00420
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00420

20 juni 2001

CJIB 28012187

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Leiden

van 4 september 2000

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl. 180,= opgelegd ter zake van “andere richting volgen dan voorsorteerstrook-richting“, welke gedraging zou zijn verricht op 16 juni 1999 op de Simon Smitweg in de gemeente Leiderdorp.

3.2. De betrokkene betwist de gedraging niet. De betrokkene is echter van mening dat hem ten onrechte een administratieve sanctie is opgelegd. Daartoe voert hij het volgende aan:

- ik vraag mij af of de verbalisant van de plaats waar hij reed wel goed heeft kunnen zien of ik de onderhavige gedraging verrichtte;

– de verbaliserende ambtenaar heeft mij bij staande houden eerst medegedeeld, dat mij een administratieve sanctie zou worden opgelegd wegens het negeren van een rood verkeerslicht; ik heb daar toen tegen geprotesteerd, omdat ik vanuit het vanuit de rijstrook voor linksafslaand verkeer rechtdoor ben gereden op het moment dat het verkeerslicht voor rechtdoorgaand verkeer groen licht toonde; toen legde hij mij een administratieve sanctie op voor de onderhavige gedraging; hetgeen de ambtenaar hierover in zijn aanvullend proces-verbaal schrijft is in zoverre onjuist, dat hij mij niet eerst heeft medegedeeld dat ik twee overtredingen had begaan, maar dat hij pas van de onderhavige gedraging repte toen ik protesteerde tegen het opleggen van een administratieve sanctie voor het negeren van het rode verkeerslicht;

- het tijdstip van de gedraging is niet juist vermeld;

- de verkeerssituatie ter plaatse was wegens wegwerkzaamheden al enkele weken “zeer verwarrend en hopeloos”, zodat dat het regelen van het verkeer meer op zijn plaats was dan het uitdelen van bekeuringen;

- er is geen acht geslagen op de tijdens het werk van mij als taxichauffeur regelmatig voorkomende omstandigheid dat ik pas toen ik in de rijstrook voor linksafslaand verkeer stond, van de centrale opdracht kreeg naar een volgend adres te rijden, hetgeen meebracht dat ik rechtdoor moest rijden.

3.3. Nu de betrokkene niet betwist dat hij de onderhavige gedraging heeft verricht kan worden voorbijgegaan aan de door de betrokkene opgeworpen vraag of de ambtenaar die de administratieve sanctie heeft opgelegd wel goed heeft kunnen zien dat de onderhavige gedraging werd verricht.

3.4. Met betrekking tot de klacht van de betrokkene dat de verbalisant hem in eerste instantie zou hebben meegedeeld dat er een administratie sanctie voor het negeren van rood licht zou worden opgelegd, en dat de verbalisant, na het maken van bezwaren door de betrokkene, een sanctie voor de onderhavige gedraging heeft opgelegd, geldt het volgende.

3.5. De ambtenaren, die met het toezicht op de naleving van de in art. 2, eerste lid, WAHV bedoelde voorschriften zijn belast, zijn bevoegd bij beschikking een administratieve sanctie op te leggen ter zake van een gedraging waarvan zij hebben vastgesteld dat deze is verricht. Stellen zij vast, dat meerdere gedragingen zijn verricht, dan zijn zij bevoegd meerdere sancties op te leggen. Daarom valt niet in te zien, dat het bedoelde ambtenaar, die - zoals in het onderhavige geval – aanvankelijk vaststelt dat twee gedragingen zijn verricht, doch kennelijk bij nader inzien na het horen van de betrokkene twijfelt ten aanzien van het verricht zijn één van die gedragingen, niet vrijstaat een administratieve sanctie op te leggen ten aanzien van de gedraging, aan het verricht zijn waarvan hij niet twijfelt, ook al was hij aanvankelijk voornemens – en heeft hij dat voornemen ter gelegenheid van het staande houden ook aan de betrokkene meegedeeld – ter zake van een andere gedraging een administratieve sanctie op te leggen.

3.6. De betrokkene heeft geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de ambtenaar ongeoorloofd gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid. Derhalve staat de wijze van handelen van de ambtenaar die de inleidende beschikking heeft gegeven niet aan het opleggen van de onderhavige administratieve sanctie in de weg. Dat is niet anders wanneer de verbalisant – zoals de betrokkene stelt – de betrokkene aanvankelijk zou hebben medegedeeld dat hem een administratieve sanctie zou worden opgelegd wegens het negeren van het rode verkeerslicht, doch toen de betrokkene daartegen protesteerde, hem ter zake van de onderhavige gedraging een administratieve sanctie oplegde.

3.7. Voor zover al sprake is van een onjuiste vermelding van het tijdstip, waarop de gedraging is geconstateerd, is niet gebleken is dat dit heeft geleid tot enig misverstand omtrent de vraag op welke gebeurtenis de opgelegde sanctie betrekking heeft en waartegen de betrokkene zich moet verdedigen.

3.8. De overigens door de betrokkene aangevoerde omstandigheden, zijn niet van dien aard dat deze het opleggen van de onderhavige administratieve sanctie niet billijken en zijn evenmin van dien aard dat deze tot matiging van de opgelegde sanctie dienen te leiden. De opdracht van een taxicentrale kan er immers niet toe leiden dat het verrichten van een gedraging als de onderhavige, aan het verrichten waarvan met het oog op het beschermen van de veiligheid van andere weggebruikers een sanctie is verbonden, door de vingers wordt gezien, ook al leiden wegwerkzaamheden ter plaats voor de betrokkene als taxichauffeur tot een zeer verwarrende en hopeloze situatie. Daarbij verdient opmerking dat die situatie kennelijk bij betrokkene geen misverstand heeft gewekt omtrent het verrichten van de onderhavige gedraging.

3.9. Uit het vorenoverwogene volgt, dat de bestreden beslissing dient te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, als voorzitter, Kalsbeek, en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.