Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0155

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
30-05-2001
Datum publicatie
25-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00197
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00197

30 mei 2001

CJIB 21369188

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Zierikzee

van 9 mei 2000

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Middelburg ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

Ingevolge de tussenbeslissing van het hof d.d. 20 december 2000 heeft de advocaat-generaal enige stukken met bijlagen ingezonden. Afschriften daarvan zijn aan de betrokkene gezonden. Deze is in de gelegenheid gesteld op voornoemde stukken te reageren, doch heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

In tegenstelling tot hetgeen is overwogen in het tussenarrest van 20 december 2000 heeft de betrokkene niet verzocht om een behandeling ter zitting.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,-- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht “, welke gedraging zou zijn verricht op 5 mei 1998 op de Nieuwe Postweg in de gemeente Tholen.

3.2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. De betrokkene heeft daartoe aangevoerd dat hij ten tijde van de gedraging planten afleverde bij [naam B.V.] te Boskoop, en dat een getuige, de heer [naam getuige], werkzaam bij genoemd bedrijf, dat kan bevestigen.

3.3. In de regel mag de rechter het ervoor houden dat het motorrijtuig (met het kenteken zoals dat blijkens de stukken door de politie is waargenomen) waarmee de gedraging is verricht hetzelfde motorrijtuig is als dat waarvan het kenteken staat geregistreerd in het kentekenregister. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat een nader - eventueel aan de politie op te dragen - onderzoek moet worden ingesteld ter beantwoording van de vraag of bedoelde waarneming juist is en zo ja of het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht het juiste kenteken voerde. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn indien - zoals te dezen is geschied - door de betrokkene concrete feiten en omstandigheden worden aangevoerd waaruit kan volgen dat het motorrijtuig waarmee de gedraging is verricht een ander is dan dat waarvan het kenteken ten name van de betrokkene staat geregistreerd in het kentekenregister (o.a. HR 17 oktober 2000, nr. 810-99-V).

3.4. Bij de beoordeling van het door de betrokkene gevoerde verweer heeft het hof het navolgende in overweging genomen.

3.5. Een proces-verbaal, PL1950/98-515717, d.d. 10 juli 1998 opgemaakt door E.J.C. ten Voorden, hoofdagent van politie, district Oosterscheldebekken, houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in, dat de verbalisant zich op 5 mei 1998 tussen 10.15 en 11.15 uur samen met drie collega’s op de Nieuwe Postweg te Tholen bevond. De verbalisant gaf door middel van een portofoon overtreders door die door het verkeerslicht reden, terwijl het verkeerslicht al meer dan 3 seconden op rood stond. De verbalisant trachtte vervolgens zoveel mogelijk relevante gegevens als merk, type, kleur en kenteken aan zijn collega’s door te geven. Aangezien er echter regelmatig diverse achter elkaar rijdende bestuurders voornoemde overtreding begingen, zijn niet in alle gevallen de relevante gegevens doorgegeven. Door de verbalisant werden in die gevallen de relevante gegevens doorgegeven van het eerste voertuig dat de overtreding pleegde, met daarbij de opmerking dat al de daarop volgende bestuurders eveneens deze overtreding begingen. Door twee collega’s werden vervolgens de relevante gegevens als merk, type, kenteken en kleur genoteerd. Na afloop van de controle werden de gegevens, genoteerd door de verbalisant, met die van de collega’s samengevoegd en bekeken. De afspraak was dat bij twijfel het proces-verbaal kwam te vervallen. Verbalisant had nagenoeg geen gegevens genoteerd van het voertuig van de betrokkene.

3.6. De door de betrokkene opgegeven getuige, [naam getuige], heeft blijkens een proces-verbaal PL1950/98-515717 d.d. 20 januari 2001, opgemaakt door E.J.C. ten Voorden voornoemd, - zakelijk weergegeven – verklaard:

Ik weet zeker dat de [betrokkene] op de ochtend van 5 mei 1998 bij ons op het bedrijf is geweest, tijden kan ik me niet herinneren. Ik kan me dit nog goed herinneren omdat de [betrokkene] enkele dagen na die dag een bekeuring thuis heeft gekregen. Hij is hiermee naar de zaak gekomen en heeft er met mij over gesproken. Ik heb hem toen bevestigd dat hij op het moment van de overtreding bij ons op het bedrijf was.

3.7. Gelet op de wijze waarop de bestreden gedraging is geconstateerd en gelet op de inhoud van de verklaring van de getuige Hoogendoorn, is naar het oordeel van het hof niet komen vast te staan dat de bestreden gedraging is verricht met het motorrijtuig waarvan het kenteken op naam van de betrokkene is gesteld. Daarom zal het hof de bestreden beslissing alsmede de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 20 augustus 1998, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 21369188 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van ? 180,= , door de griffier van het kantongerecht aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting, zijnde mr Huisman buiten staat dit arrest te ondertekenen.