Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0154

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-05-2001
Datum publicatie
25-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01/00158
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Algemene wet bestuursrecht 6:8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00158

23 mei 2001

CJIB 31317099

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Dordrecht

van 1 november 2000

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [plaatsnaam].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

Bij brief van 12 maart 2001, ingekomen bij het arrondissementsparket te Dordrecht op 13 maart 2001, heeft de betrokkene gereageerd op een betalingsoverzicht na beroep op de kantonrechter van het CJIB, welk overzicht de betrokkene – naar zijn eigen zeggen – op 1 februari 2001 heeft ontvangen. Deze brief is doorgezonden aan de griffier van het kantongerecht, die de brief kennelijk heeft aangemerkt als een beroepschrift, gericht tegen de beslissing van de kantonrechter van 1 november 2000. Vervolgens is de brief doorgezonden naar de griffie van het hof.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1 Voor zover de betrokkene beoogd heeft met voornoemd schrijven van 12 maart 2001 hoger beroep in te stellen, overweegt het hof het volgende.

3.2 Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.

3.3 Het beroepschrift is gedateerd 12 maart 2001 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 13 maart 2001 bij het arrondissementsparket binnengekomen. Aangezien de bestreden beslissing op 23 november 2000 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend, zodat de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3.4 Voor zover de betrokkene met zijn schrijven van 12 maart 2001 heeft beoogd bezwaar te maken bij de officier van justitie tegen de in het betalingsoverzicht na beroep op de kantonrechter opgenomen betalingsverplichting, zal het hof meergenoemd schrijven doorzenden aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Dordrecht, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

zendt het schrijven van de betrokkene d.d. 12 maart 2001 ter verdere behandeling door aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Dordrecht onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.

Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, in tegenwoordigheid van de heer Jongeling als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.