Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0149

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
23-05-2001
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00049
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00049

23 mei 2001

CJIB 25245278

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Alkmaar

van 28 september 2000

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Alkmaar ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Op 1 januari 2000 is in werking getreden de Wet van 28 oktober 1999 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna te noemen: de Wet), strekkende tot vervanging van de mogelijkheid van beroep in cassatie door de mogelijkheid van hoger beroep, alsmede het aanbrengen van enige andere wijzigingen (Stb. nr. 469). Vanaf voormelde datum kan ingevolge artikel 14, eerste lid, WAHV tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden, indien de opgelegde sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,-- of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV.

3.2. De aan betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 60,--. De betrokkene voert aan dat met voornoemde wetswijziging nooit is beoogd om rechten van partijen in de op het moment van ingang van de wet lopende procedures in te perken. Voorts stelt de betrokkene dat, nu er geen overgangsbepaling is opgenomen, op basis van redelijkheid en billijkheid dient te worden geconcludeerd dat op de onderhavige rechtsgang, welke begin 1999 is aangevangen, het in art. 14, eerste lid, WAHV genoemde bedrag niet van toepassing is.

3.3. De overgangsbepaling bij de Wet luidt – voor zover hier van belang -:

“Artikel III

1. Voor de mogelijkheid om beroep in cassatie in te stellen tegen een uitspraak van de kantonrechter die voor of op de dag van inwerkingtreding van deze wet is gedaan, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.

2. Voor de behandeling van het beroep in cassatie dat voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingesteld, dan wel met toepassing van het eerste lid na de dag van inwerkingtreding is ingesteld, blijft het recht zoals dat gold voor het tijdstip van toepassing.”

3.4. Nu de beslissing van de kantonrechter is genomen na de dag van inwerkingtreding van de Wet is in het onderhavige geval de Wet van toepassing zoals deze geldt vanaf 1 januari 2000. De andersluidende opvatting van de betrokkene vindt noch in de hiervoor aangehaalde overgangsbepaling noch anderszins steun in het recht.

3.5. Tenslotte voert de betrokkene aan dat de term ‘sanctie’ in art. 14, eerste lid, WAHV, dient te worden verstaan als ‘belang’, hetgeen in de onderhavige procedure bestaat in de sanctie vermeerderd met de proceskosten, welke gezamenlijk een bedrag van ƒ 150,-- zouden overstijgen. De betrokkene is van oordeel dat zijn beroep om die reden ontvankelijk dient te worden verklaard.

3.6. Artikel 14, eerste lid, WAHV bepaalt voor zover hier van belang – zakelijk weergegeven – dat hoger beroep openstaat tegen een beslissing van de kantonrechter, tenzij de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing niet meer bedraagt dan ƒ 150,--. Onder administratieve sanctie dient blijkens art. 1 WAHV te worden verstaan: de aan de Staat te betalen geldsom, bedoeld in artikel 2. De stelling van de betrokkene is derhalve onjuist.

3.7. Het vorenoverwogene brengt mee, dat de betrokkene niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr Huisman, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.