Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0117

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-02-2001
Datum publicatie
20-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00440
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie, geldigheid: 2001-02-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00440

26 februari 2001

CJIB 12769059

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Haarlem

van 15 juni 2000

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

voor wie als gemachtigde optreedt [naam gemachtigde].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem gedeeltelijk gegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter een beroepschrift in cassatie ingediend bij het kantongerecht te Haarlem. De griffier bij het kantongerecht heeft voormeld beroepschrift en alle op de zaak betrekking hebbende stukken verzonden naar de Hoge Raad der Nederlanden. De griffier bij de Hoge Raad heeft vervolgens voormeld beroepschrift en alle op de zaak betrekking hebbende stukken naar het gerechtshof te Leeuwarden gezonden.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Bij de nadere toelichting op het beroep is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

De betrokkene heeft ter aanvulling op de nadere toelichting op het beroep een stuk ingediend, welk stuk op 1 februari 2001 bij het hof is binnengekomen. Aan de advocaat-generaal is een afschrift verstrekt.

De zaak is behandeld ter zitting van 12 februari 2001. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.J. Beswerda. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde.

3. Beoordeling

3.1. Zowel in de schriftelijke procedure voorafgaand aan de behandeling ter ’s hofs zitting als tijdens de mondelinge behandeling ter ’s hofs zitting heeft de gemachtigde zich uitdrukkelijk op het standpunt gesteld dat in de onderhavige zaak volgens de wet beroep in cassatie openstaat, dat het hof niet bevoegd is over het beroep te oordelen en dat het beroepschrift in cassatie ter behandeling aan de Hoge Raad moet worden gezonden.

3.2. Het hof zal daarom het beroepschrift, alsmede de op de zaak betrekking hebbende stukken in handen stellen van de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

stelt het beroepschrift, alsmede de op de zaak betrekking hebbende stukken, in handen van de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2001.