Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0116

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-02-2001
Datum publicatie
30-05-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00414
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14, geldigheid: 2001-02-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00414

26 februari 2001

CJIB 29012758

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Apeldoorn

van 13 november 2000

Betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 12 februari 2001. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.J. Beswerda.

Na de behandeling ter zitting heeft de voorzitter de zaak ter afdoening verwezen naar de meervoudige kamer.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV kan tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. Blijkens de initiële beschikking bedraagt de aan de betrokkene opgelegde sanctie ƒ 120,--. Deze sanctie is door de officier van justitie gematigd tot een bedrag van ƒ 60,--.

Deze beslissing is door de kantonrechter bekrachtigd.

3.2. De betrokkene voert aan, dat aan hem ter zake van twee gelijktijdig verrichte gedragingen twee administratieve sancties zijn opgelegd, te weten in deze zaak een sanctie van ƒ 120,-- en in een andere zaak een sanctie van ƒ 60,--.

Tegen beide sancties is door hem beroep ingesteld bij de officier van justitie, de kantonrechter en het hof. De betrokkene is van mening, dat in het kader van art. 14 WAHV beide sancties dienen te worden opgeteld, zodat de drempel van ƒ 150,-- wordt overschreden.

3.3. Gelet op het in r.o. 3.1. overwogene is het hof van oordeel dat de betrokkene niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. Hetgeen namens de betrokkene is aangevoerd, doet hieraan niet af, en wel reeds daarom niet, omdat aan de betrokkene bij afzonderlijke inleidende beschikkingen een administratieve sanctie is opgelegd ter zake van twee weliswaar tegelijkertijd verrichte, maar verschillende gedragingen en op de tegen die beschikkingen aangewende rechtsmiddelen dienovereenkomstig steeds per beschikking afzonderlijk is beslist.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, vice-president als voorzitter, Kalsbeek en Huisman, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2001.