Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0114

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-02-2001
Datum publicatie
20-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00343
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11, geldigheid: 2001-02-26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14, geldigheid: 2001-02-26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 25, geldigheid: 2001-02-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00343

26 februari 2001

CJIB 26808464

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Lelystad

van 10 juli 2000

betreffende

naam (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te (woonplaats).

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Bij de nadere toelichting op het beroep is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 12 februari 2001. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.J. Beswerda. De betrokkene is, zoals tevoren aangekondigd, niet verschenen.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV kan tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 60,--. Op grond van bovenstaande dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.

3.2. Opmerking verdient het volgende. De betrokkene heeft zekerheid gesteld ter hoogte van het bedrag van de administratieve sanctie. Inmiddels is de betrokkene overleden. Ingevolge het bepaalde in art. 25, derde lid, WAHV vervalt het op grond van het eerste lid van die bepaling aan de officier van justitie toekomende recht om verhaal te nemen door het overlijden van degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd. Derhalve kan de opgelegde sanctie in het onderhavige geval niet overeenkomstig het bepaalde in art. 21, tweede lid, WAHV op de gestelde zekerheid worden verhaald. Hieruit vloeit voort, dat het bedrag van de zekerheidstelling aan de nabestaanden van de betrokkene dient te worden gerestitueerd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2001.