Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0113

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
26-02-2001
Datum publicatie
11-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00268
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9, geldigheid: 2001-02-26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00268

26 februari 2001

CJIB 29486907

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Sneek

van 26 juli 2000

betreffende

naam (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te (woonplaats).

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 12 februari 2001. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.J. Beswerda.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van “overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1); > 20 en t/m 25 km/h“, welke gedraging zou zijn verricht op 19 september 1999 op de Rijksweg N-31 (Zurich-Harlingen) in de gemeente Wûnseradiel.

3.2. De betrokkene erkent de gedraging te hebben verricht, doch stelt zich op het standpunt dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden, het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken. De betrokken voert -kort samengevat- aan, dat hij door een tegenligger, die groot licht voerde, werd verblind en dat hij daarom zijn rechterarm voor zijn ogen heeft gedaan, waardoor hij het bord “maximumsnelheid 70 km/h” niet heeft gezien.

3.3. Het hof is van oordeel, dat niet aannemelijk is, dat de betrokkene zo plotseling werd verblind door een tegenligger dat hij niet in de gelegenheid is geweest om de tegenligger met signalen duidelijk te maken dat deze groot licht voerde en deze verlichting overeenkomstig het bepaalde in art. 32 RVV1990 door dimlicht diende te vervangen dan wel in plaats daarvan of tegelijkertijd zijn snelheid zodanig te matigen dat hij het onderhavige verkeersbord kon waarnemen.

Gelet hierop is het hof van oordeel, dat de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen reden opleveren de opgelegde sanctie te matigen dan wel de oplegging daarvan geheel ongedaan te maken.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2001.