Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0105

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-02-2001
Datum publicatie
20-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00253T
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5, geldigheid: 2001-02-01
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20, geldigheid: 2001-02-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00253

1 februari 2001

CJIB 31641403

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Groningen

van 24 juli 2000

betreffende

[naam]

(hierna te noemen: betrokkene),

zetelend te [plaatsnaam],

voor wie als gemachtigde optreedt [naam gemachtigde],

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

H.E. Dost heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 18 januari 2001. Namens de betrokkene is verschenen [naam], directeur. Voorts is verschenen [naam gemachtigde]. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.G. Brontsema.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,- opgelegd ter zake van “voetganger (voornemens) op voetgangersoversteekplaats (over te steken) niet voor laten gaan“, welke gedraging zou zijn verricht op 18 januari 2000 op het Gedempte Zuiderdiep in de gemeente Groningen.

3.2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is verricht. Voorts voert hij aan dat de bestuurder van de autobus, waarmee de gedraging zou zijn verricht, ten onrechte niet is staande gehouden.

3.3. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt, dat art. 5 WAHV toestaat dat in bepaalde situaties niet wordt staande gehouden en dat in die situaties op kenteken wordt bekeurd. De advocaat-generaal is verder van mening dat de gedraging is waargenomen door een politieambtenaar als professioneel waarnemer en dat in dit geval meer waarde moet worden gehecht aan de waarneming van de verbalisant dan aan de waarneming van de bestuurder van de autobus.

3.4. Art. 5 WAHV bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een

motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. De rechter zal, indien de gedraging met toepassing van art. 5 WAHV is opgelegd, zoals in dezen het geval, in het algemeen - dus ook zonder dat dat met zoveel woorden uit het dossier blijkt - ervan mogen uitgaan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Ingeval dienaangaande een verweer wordt gevoerd, zal de rechter daarop een uitdrukkelijke beslissing dienen te geven en zal hij zonodig aan de verbalisant een nadere toelichting dienen te vragen (HR 14 maart 2000, nr. 394-99-V).

3.5. Nu uit de thans beschikbare stukken niet blijkt dat zich in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan en dienaangaande verweer is gevoerd, zal het hof de advocaat-generaal opdragen aan de verbalisant ter zake een nadere toelichting te vragen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

draagt de advocaat-generaal op aan de verbalisant nadere informatie te vragen in voege als voormeld.

Dit arrest is gewezen door mr Huisman, raadsheer, in tegenwoordigheid van

mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 februari 2001.