Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0103

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
01-02-2001
Datum publicatie
20-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00185
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12, geldigheid: 2001-02-01
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2001-02-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00185

1 februari 2001

CJIB 22516886

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Venlo

van 4 mei 2000

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Roermond ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

De zaak is behandeld ter zitting van 18 januari 2001. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.G. Brontsema. De betrokkene is niet verschenen.

Na de behandeling ter zitting heeft de voorzitter de zaak ter behandeling verwezen naar de meervoudige kamer.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 300,-- opgelegd ter zake van “als weggebruiker buiten noodzaak over de vluchtstrook of vluchthaven rijden“, welke gedraging zou zijn verricht op 25 juli 1998 op de A73 in de gemeente Venray.

3.2. Het door de betrokkene tegen deze beslissing ingestelde beroep is door de officier van justitie ongegrond verklaard.

3.3. De betrokkene heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld bij de kantonrechter. Op de envelop waarin de brief van 14 maart 1999, kennelijk geschreven naar aanleiding van het verzoek om zekerheidstelling, is verstuurd, is als adres van de betrokkene vermeld: [straatnaam] 231, [woonplaats]. Op 16 maart 1999 heeft de betrokkene zekerheid gesteld. Bij brief van 6 mei 1999 is een oproeping op naam van betrokkene verzonden voor de zitting van de kantonrechter van 24 juni 1999. De oproeping is verstuurd naar het adres [straatnaam] 23, [woonplaats]. De betrokkene is niet verschenen op de zitting

van 24 juni 1999. Op 8 juli 1999 heeft de kantonrechter het beroep ongegrond verklaard. In deze beslissing wordt als adres van de betrokkene vermeld: [straatnaam] 23, [woonplaats]. Op dezelfde dag is de beslissing naar kennelijk dat adres verzonden. Tegen deze beslissing is geen beroep in cassatie ingesteld.

3.4. In januari 2000 heeft de betrokkene telefonisch contact gezocht met het arrondissementsparket te Roermond teneinde te vernemen waarom hij in deze zaak niets meer hoorde. Aan de betrokkene is medegedeeld dat de kantonrechter inmiddels uitspraak had gedaan.

3.5. In februari 2000 heeft de betrokkene telefonisch contact gehad met de griffie van het kantongerecht te Venlo. Naar de betrokkene stelt is hem in eerste instantie medegedeeld, dat hij beroep in cassatie diende in te stellen, doch naderhand is aan hem medegedeeld, dat hij opnieuw zou worden opgeroepen voor een zitting, nadat was vastgesteld dat eerdere stukken waren verzonden naar een onjuist adres. Bij brief van 30 maart 2000 is de betrokkene opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter van 20 april 2000. Deze oproeping is verstuurd naar het door de betrokkene opgegeven adres. De betrokkene is niet op deze zitting verschenen. Bij de bestreden beslissing is het beroep opnieuw ongegrond verklaard.

3.6. De betrokkene voert in hoger beroep - kort samengevat - aan, dat hij de oproeping voor de zitting van 20 april 2000 niet heeft ontvangen.

3.7. In deze zaak moet ervan worden uitgegaan, dat de kantonrechter op eenzelfde beroepschrift tweemaal een beslissing heeft gegeven, op 8 juli 1999 en op 4 mei 2000. Nu betrokkene dat stelt en het tegendeel niet is gesteld of gebleken, gaat het hof er voorts van uit dat dat is geschied nadat was geconstateerd, dat de oproeping om te verschijnen voor de zitting van 24 juni 1999 en de beslissing van de kantonrechter van 8 juli 1999 zijn verzonden naar een onjuist adres. Evenmin is weersproken of onjuist gebleken betrokkene’s stelling, dat een tweede rechtsgang is geïnitieerd van de zijde van (de griffie van)

het kantongerecht, nadat deze omissies waren opgemerkt, waardoor een aanvankelijk advies om een rechtsmiddel aan te wenden kwam te vervallen.

3.8. Op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie is door de kantonrechter beslist bij beslissing van 8 juli 1999. Deze beslissing is niet door enige rechterlijke uitspraak vernietigd. Daarom kan niet met voorbijgaan van deze beslissing opnieuw op het beroep worden beslist, zoals de kantonrechter bij beslissing van 4 mei 2000 heeft gedaan en dient de rechtsgang eindigend met de beslissing van de kantonrechter van 4 mei 2000 buiten beschouwing te blijven.

3.9. Nu betrokkene kennelijk door het - ten onrechte - opnieuw behandelen door de kantonrechter van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ervan is weerhouden in beroep te gaan tegen de beslissing van de kantonrechter van 8 juli 1999 en daarom pas na de gelijkluidende beslissing van de kantonrechter van 4 mei 2000 in beroep is gekomen, dient betrokkene’s beroepschrift tegen de beslissing van de kantonrechter te worden aangemerkt als te zijn gericht tegen de beslissing van 8 juli 1999.

3.10. Ingevolge art. III van de op 1 januari 2000 in werking getreden Wet van 28 oktober 1999 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, strekkende tot vervanging van de mogelijkheid van beroep in cassatie door de mogelijkheid van hoger beroep, alsmede het aanbrengen van enige andere wijzigingen (vervanging in Mulder-zaken van beroep in cassatie door hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden) blijft voor de mogelijkheid om beroep in cassatie in te stellen tegen een uitspraak van de kantonrechter die voor of op de dag van inwerkingtreding is gedaan, het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.

3.11. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het hoger beroep van de betrokkene dient te worden verstaan als beroep in cassatie en dat het beroepschrift derhalve naar de Hoge Raad der Nederlanden dient te worden gezonden.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verstaat het beroepschrift d.d. 12 juni 2000 als beroep in cassatie tegen de beslissing van de kantonrechter d.d. 8 juli 1999;

stelt het beroepschrift, alsmede de op de zaak betrekking hebbende stukken, in handen van de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden.

Dit arrest is gewezen door mrs Huisman, raadsheer als voorzitter, Vellinga, vice-president en Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 februari 2001.