Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0101

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
31-01-2001
Datum publicatie
20-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00283
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Algemene wet bestuursrecht 6:8
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00283

31 januari 2001

CJIB 27499437

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Utrecht

van 21 augustus 2000

betreffende

( naam betrokkene),

wonende te (woonplaats).

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge het in art. 6, eerste lid, WAHV en de art. 6:7 en 6:8 Awb bepaalde, dient het beroep bij de officier van justitie tegen de oplegging van de administratieve sanctie te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop de inleidende beschikking aan de betrokkene is toegezonden.

3.2. Het beroepschrift is gedateerd 12 januari 2000 en blijkens een daarop gesteld stempel op 14 januari 2000 bij het arrondissementsparket ingekomen. Aangezien de inleidende beschikking blijkens het zaaksoverzicht van het CJIB op 20 juli 1999 aan de betrokkene is toegezonden is het beroepschrift niet tijdig ingediend.

3.3. Ingevolge artikel 6:11 Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest.

3.4. De kantonrechter heeft op goede gronden geoordeeld dat de door de betrokkene aangevoerde reden voor de termijnoverschrijding niet met zich mee brengt dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.5. De beslissing van de kantonrechter dient, gelet op het voorgaande, te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 januari 2001.