Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0098

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-01-2001
Datum publicatie
23-05-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00364
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Algemene wet bestuursrecht 6:8
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Algemene wet bestuursrecht 6:24
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00364

10 januari 2001

CJIB 20156804

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Zaandam

van 20 juni 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft - nadat de Hoge Raad de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.

3.2. Het beroepschrift is gedateerd 18 augustus 2000 en het is blijkens een daarop geprinte regel van het faxapparaat op 19 augustus 2000 ter griffie van het kantongerecht ingekomen. Aangezien de bestreden beslissing blijkens een daarop gestelde aantekening op 20 juni 2000 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend.

3.3. Het te dezen toepasselijke art. 6:11 Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.4. De betrokkene stelt zich op het standpunt, dat in zijn geval er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De betrokkene voert aan, dat hij in de periode waarin hij hoger beroep diende in te stellen onder zeer zware werkdruk stond, omdat zijn compagnon in die periode een operatie en nadien een aantal medische behandelingen heeft ondergaan, waardoor hij niet heeft kunnen werken.

3.5. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden brengen echter niet mee, dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is.

3.6. Gelet op het vorenoverwogene dient de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mevrouw Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 januari 2001.