Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AE9997

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-02-2001
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
01/00005 en 01/00006
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weliswaar nieuwe bovenmatige schulden, maar niet verwijtbaar en dus geen tussentijdse beëindiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Het gerechtshof te Leeuwarden

Arrest gewezen inzake

X. en Y.,

beiden wonende te P.,

Appellanten,

Hierna gezamelijk te noemen: X.,

toevoeging, Procureur mr. J. V. van Ophem

advocaat mr. g. A. Versteegh.

Het procesverloop

Ter griffie van het hof is binnengekomen een verzoekschrift houdende appel van een vonnis d.d. 2 januari 2001 van de arrondissementsrechtbank te Groningen.

Ter griffie van het hof zijn voorts ingekomen:

- Op 25 januari 2001 een brief d.d. 24 januari 2001 met bijlagen van mr. Groot, de bewindvoerder;

- en op 12 februari 2001 een faxbericht van die datum met enkele bijlagen van mr. Versteegh.

Ter zitting van 13 februari 2001 is de zaak behandeld.

De motivering

1. Bij vonnissen d.d. 20 juni 2000 heeft de rechtbank te Groningen ten aanzien van X de definitieve schuldsanering uitgesproken.

In het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank, op voordracht van de rechter-commissaris, de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd.

2. X verzoeken het hof het vonnis waarvan beroep te vernietigen zodat de schuldsaneringsregeling herleven. Zij bestrijden dat zij bovenmatige schulden hebben laten ontstaan dan wel getracht hebben hun schuldeisers te benadelen. Ter toelichting hierop stellen X onvoldoende grip te hebben op hun financiën maar dat zij zich inmiddels hebben aangemeld bij de Groningse Kredietbank teneinde hun budget te laten beheren.

3. In voormelde brief d.d. 24 januari 2001 deelt de bewindvoerder mee dat X tijdens de schuldsaneringsregeling opnieuw schulden hebben laten ontstaan. ter illustratie noemt de bewindvoerder een nota van de KPN over de periode van26 juli 2000 tot en met 26 september 2000 ten bedrage van fl.1.413,40.

4. Vooropgesteld dient te worden dat de schuldsaneringsregeling een regeling is die -onder andere - beoogt dat de schuldenaar na afloop van de schuldsanering niet meer gehouden is zijn dan nog resterende schuldenlast te voldoen. Beëindiging van de toepassing van een schuldsaneringsregeling kan geschieden op grond van art. 350 Faillissementswet ( hierna: FW). Onder meer indien sprake is van een situatie waarbij de schuldenaar bovenmatige schulden doet of laat ontstaan (art. 350 FW lid 3 sub d) of indien de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen (art. 350 FW lid 3 sub e).

5. X hebben niet bestreden dat diverse vorderingen tijdens de schuldsaneringsregeling onbetaald zijn gebleven, dan wel zijn ontstaan. Gelet op voormelde schuld aan de KPN staat vast dat X in deze periode een bovenmatige schuld hebben doen of laten ontstaan. Mitsdien is in casu naar de letter van de wet voldaan aan een der voorwaarden tot het uitspreken van de beëindiging van toepassing van de schuldsaneringsregeling. Echter is naar het oordeel van het hof van kwade trouw en/ of verwijtbaar handelen door X geen sprake maar is de gang van zaken het gevolg van tekortschieten van X terzake van het beheren van hun financiën Het hof acht dat enigszins begrijpelijk gelet op de inkomensdaling van bijna 50% per januari 2000. In dit oordeel ligt besloten dat van X niet kan worden gezegd dat zij hebben getracht hun schuldeisers te benadelen als bedoeld in art. 350 lid 3 sub e FW. Nu als onweersproken vaststaat dat de Groningse Kredietbank het beheren van het budget van X ter hand gaat nemen ziet het hof geen aanleiding de toepassing van de schuldsaneringen te beëindigen.

6. Op grond van het vorenstaande zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

weigert de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X.

Aldus gewezen door mrs Bloem, voorzitter, Van Dijk en Slob- Schuit, raden, en uitgesproken door mr. Streppel, fungerend- president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Mellink als waarnemend griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 21 februari 2001.