Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD9160

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
17-10-2001
Datum publicatie
06-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01/00165
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5, geldigheid: 2001-10-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 01/00165

17 oktober 2001

CJIB 31483819

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Eindhoven

van 23 januari 2001

betreffende

[betrokkene]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,-- opgelegd ter zake van "andere richting volgen dan voorsorteerstrook-richting", welke gedraging zou zijn verricht op 15 januari 2000 op de Antoon Coolenlaan in de gemeente Eindhoven.

3.2. Ter terechtzitting van de kantonrechter is de verbalisant als getuige onder ede gehoord. Deze heeft verklaard dat de betrokkene, toen het verkeerslicht groen werd, met zijn voertuig in één vloeiende beweging de voor rechtsaf en rechtdoor opgestelde auto's over de rijstrook voor linksafgaand verkeer voorbij is gereden, en dat de betrokkene vervolgens zijn weg rechtdoor heeft vervolgd. Op grond van deze verklaring heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.

3.3. De betrokkene stelt, dat hem ten onrechte een sanctie is opgelegd. Hij voert daartoe aan dat er maar één auto voor hem stond die rechtsaf sloeg en welke hij dan schuin maar zonder gevaar te veroorzaken voorbij is gereden.

3.4. In aanmerking nemende dat de betrokkene in essentie erkent de gedraging te hebben verricht, roept hetgeen de betrokkene overigens aanvoert geen twijfel op aan de juistheid van de verklaring van de ter zitting van de kantonrechter onder ede gehoorde getuige. Derhalve heeft de kantonrechter op goede gronden aangenomen dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. De omstandigheid dat de betrokkene de gedraging zou hebben verricht zonder gevaar te veroorzaken staat daaraan niet in de weg. De wet maakt immers geen uitzondering op het in art. 78 RVV 1990 gegeven gebod de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop de bestuurder zich bevindt aangeeft voor het geval de veiligheid van het verkeer niet in gevaar is gebracht.

3.5. Anders dan de betrokkene wil, is het gelet op de verklaring van de verbalisant dat hij ten tijde van het constateren van de gedraging in burger was en met zijn eigen auto, aannemelijk dat zich voor hem geen reële mogelijkheid voordeed tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig waarmee de geconstateerde gedraging werd verricht.

3.6. Tenslotte klaagt de betrokkene er over, dat zijn echtgenote die ten tijde van de gedraging als passagier meereed in het door de betrokkene bestuurde voertuig ter zitting van de kantonrechter het woord niet mocht voeren. Nu de betrokkene niet stelt dat hij zijn echtgenote als getuige wilde doen horen, hij niet aangeeft of en wat zij ten aanzien van de onderhavige gedraging had kunnen verklaren, en hij - hoewel hij door het hof op die mogelijkheid is gewezen - in hoger beroep geen zitting heeft verzocht teneinde zijn echtgenote als getuige ter zitting in hoger beroep mee te brengen om haar als getuige door het hof te doen horen, dient aan deze klacht voorbij te worden gegaan.

3.7. Het vorenoverwogene brengt mee, dat de bestreden beslissing kan worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman enVan Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.