Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD9030

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-12-2001
Datum publicatie
06-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00193
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00193

19 december 2001

CJIB 36392910

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Meppel

van 27 februari 2001

betreffende

[betrokkene]

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Assen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder van het voertuig met het kenteken [nummer] bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 300,-- opgelegd ter zake van "als weggebruiker buiten noodzaak over de vluchtstrook of vluchthaven rijden", welke gedraging zou zijn verricht op 30 augustus 2000 om 16.37 uur op de Rijksweg A37 in de gemeente Hoogeveen.

3.2. De betrokkene stelt dat de gedraging niet is verricht. De betrokkene heeft eerst in het beroepschrift bij de officier van justitie en later in het beroepschrift bij het hof gedetailleerd en gestaafd met bescheiden uiteengezet, dat gezien de afstand tussen de plaats waar de gedraging zou zijn verricht en de tijdstippen waarop respectievelijk de plaatsen waar de bestuurder of bestuurster die dag met vorenbedoeld voertuig blijkens de door de betrokkene overgelegde planning van werkzaamheden zou moeten zijn, de gedraging niet kan zijn verricht met het voertuig met voormeld kenteken.

3.3. De officier van justitie heeft niet uiteengezet waarom hetgeen de betrokkene gestaafd met bescheiden aanvoert niet in de weg staat aan het oordeel dat de inleidende gedraging is verricht. De advocaat-generaal heeft zich zonder nadere toelichting aangesloten bij de motivering van de kantonrechter, hoewel de betrokkene in het beroepschrift gestaafd met bescheiden uiteenzet waarom de motivering van de kantonrechter op een misverstand berust.

3.4. De motivering van de kantonrechter moet kennelijk aldus worden begrepen, dat de door de betrokkene overgelegde planning van werkzaamheden niet uitsluit dat het voertuig zich op 30 augustus 2000 op het in de inleidende beschikking vermelde tijdstip op de in de inleidende beschikking vermelde plaats bevond, en wel omdat die planning niet dat tijdstip betrof, doch pas aanvangt om 17.30 uur. Deze redenering is echter niet zonder meer begrijpelijk, nu die planning tevens inhoudt dat die werkzaamheden moesten worden verricht in Hengelo, Losser en Enschede.

3.5. Op grond van het vorenoverwogene en voorts in aanmerking nemende de afstand tussen de plaats van de gedraging en de in de planning genoemde plaatsen waar werkzaamheden dienden te worden verricht, rijst zoveel twijfel aan de juistheid van de waarneming van de verbalisant, dat naar de overtuiging van het hof niet is komen vast te staan, dat de gedraging is verricht met het voertuig met het kenteken [nummer].

3.6. De bestreden beslissing, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking dienen te worden vernietigd en het bedrag dat de betrokkene aan zekerheid heeft gesteld dient aan haar te worden terugbetaald.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter, de beslissing van de officier van justitie d.d. 16 december 2000, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 36392910 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van

fl 300,-- door de advocaat-generaal aan de betrokkene wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.