Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD9023

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-12-2001
Datum publicatie
06-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00161
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00161

19 december 2001

CJIB 33428391

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Lelystad

van 3 april 2001

betreffende

[betrokkene]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Lelystad ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft - nadat daartoe desverzocht tweemaal uitstel is verleend in verband met het opvragen van aanvullende informatie door de advocaat-generaal - geen verweerschrift ingediend.

Bij brief van 8 juni 2001, bij het hof binnengekomen op 12 juni 2001, heeft de betrokkene verzocht het betaalde bedrag van

ƒ 280,-- verhoogd met de wettelijke rente te retourneren.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 280,-- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen, wegwerkzaamheden (bord A1); meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 9 april 2000 te 09.55 uur op de A6 in de gemeente Almere.

3.2. Tot de stukken van het dossier behoort een zaakoverzicht van het CJIB van 19 oktober 2000, welk zaakoverzicht als toelichting van verbalisant Albert - voor zover hier van belang - inhoudt:

"Gedragingsgegevens:

geconstateerde/gecorrigeerde snelheid: 095;

toegestane snelheid: 070;

overschrijding met: 025;

er waren wel wegwerkzaamheden;

er werd niet gewerkt;

er waren wel gevaarscheppende elementen".

3.3. De betrokkene voert in zijn beroepschrift in hoger beroep - als ook in zijn

beroepschriften bij de officier van justitie respectievelijk de kantonrechter - aan,

dat op zondag 6 april 2000 (het hof leest: zondag 9 april 2000) op het betreffende weggedeelte van de A6 nabij Almere niet duidelijk was aangegeven dat er een snelheidsbeperking gold. Was dit wel het geval geweest, dan zou hij niet bewust

zo'n 30 kilometer te snel gereden hebben. Voorts heeft de betrokkene aangevoerd,

dat op het moment dat de gedraging werd geconstateerd, voornoemde zondag te 09.55 uur, er geen gevaarscheppende elementen aanwezig waren.

3.4. Het hof overweegt hieromtrent het navolgende.

3.5. De betrokkene ontkent dat hij de gedraging heeft verricht. Hij betwist in dit verband gemotiveerd de inhoud van de in het zaakoverzicht van het CJIB van 19 oktober 2000 opgenomen toelichting van verbalisant Albert, zoals hiervoor onder 3.2. is weergegeven.

3.6. Zowel de officier van justitie als de kantonrechter hebben het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. De officier van justitie heeft in dit verband - zonder een (nader) proces-verbaal te hebben doen opmaken - overwogen, dat de

door de betrokkene aangevoerde argumenten waarom de administratieve sanctie niet had moeten worden opgelegd, ontoereikend zijn om de beschikking te vernietigen of de sanctie te matigen. Tegen de beslissing van de kantonrechter is door de betrokkene hoger beroep ingesteld.

3.7. In de procedure bij het hof is door de advocaat-generaal tot tweemaal toe om uitstel gevraagd voor het indienen van een verweerschrift in verband met het opvragen van aanvullende informatie bij de regiopolitie Flevoland. Na verloop van de daarvoor gestelde (verlengde) termijnen, is van de advocaat-generaal geen verweerschrift ontvangen.

3.8. Nu de betrokkene stelt dat geen snelheidsbeperking van kracht was als in het zaakoverzicht is vermeld, en van de zijde van de advocaat-generaal geen duidelijkheid is verkregen met betrekking tot de ten tijde van de vermeende gedraging van kracht zijnde snelheidsbeperking, rijst zoveel twijfel aan de op dat tijdstip toegestane snelheid, dat naar de overtuiging van het hof niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

3.9. De bestreden beslissing, de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking dienen te worden vernietigd en het bedrag dat de betrokkene aan zekerheid heeft gesteld dient aan hem te worden terugbetaald.

3.10. De door de betrokkene verzochte wettelijke rente over het betaalde bedrag van ƒ 280,-- zal door het hof worden afgewezen. Het hof overweegt hiertoe als volgt.

3.11 De in art. 13a WAHV neergelegde mogelijkheid om een partij in de kosten te veroordelen die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, heeft niet een ruimere strekking dan in de desbetreffende bepalingen van de WAHV en het - van toepassing zijnde - Besluit proceskosten bestuursrecht is voorzien. Nu de wettelijke rente in deze bepalingen niet is vermeld, kan deze niet worden toegewezen. Er is in een procedure als de onderhavige geen plaats voor vergoeding van schade, anders dan de in voornoemde bepalingen bedoelde kosten (vgl. Hoge Raad, 28 november 2000, nr. 892-99-V).

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 7 oktober 2000, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 33428391 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van

ƒ 280,-- door de advocaat-generaal

aan hem wordt gerestitueerd;

wijst het verzoek van de betrokkene om de wettelijke rente af.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.