Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD9013

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
19-12-2001
Datum publicatie
06-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01/00066
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00066

19 december 2001

CJIB 33100125

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Haarlem

van 22 januari 2001

betreffende

[betrokkene]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van "geen voorrang verlenen bord B6", welke gedraging zou zijn verricht op 9 maart 2000 op de V. Heuven Goedhartlaan/Kruisweg te Hoofddorp.

3.2. De betrokkene bestrijdt niet, dat zij aan een voor haar van rechts komende, voorrangsgerechtigde motorrijder geen voorrang heeft verleend.

3.3. Het beroepschrift strekt ten betoge dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken. Daartoe voert de betrokkene - zakelijk weergegeven - aan dat de gedraging het gevolg is van onveilig verkeersgedrag van de motorrijdende verbalisant aan wie zij geen voorrang heeft verleend. Dit onveilige gedrag van de verbalisant heeft volgens de betrokkene hierin bestaan, dat hij - hoewel dat mogelijk was - geen gebruik heeft gemaakt van de rechter rijstrook maar met hoge snelheid achter een naar links voorsorterende auto reed.

3.4. Blijkens een door de verbalisant opgemaakt ambtsedig proces-verbaal d.d. 24 mei 2000 reed hij op de voor rechtdoorgaand verkeer bestemde linker rijstrook achter een auto, waarvan de bestuurder kenbaar had gemaakt naar links te willen afslaan, terwijl hij zich op de voor rechtdoorgaand verkeer bestemde rechter rijstrook naast een auto bevond, waarvan de bestuurder kenbaar maakte naar rechts te willen afslaan.

3.5. In de geschetste situatie benam de naar links afslaande auto aan de betrokkene in elk geval ten dele het zicht op het verkeer, waaraan zij voorrang moest verlenen, of dat verkeer zich nu op de linker of op de rechter rijstrook voor doorgaand verkeer bevond. Dit brengt mee, dat de betrokkene op het ogenblik waarop zij de Van Heuven Goedhartlaan opreed, er niet zeker van kon zijn dat zij dit kon doen met inachtneming van de op haar rustende plicht aan bestuurders van voertuigen op de Van Heuven Goedhartlaan voorrang te verlenen.

3.6. Gelet op het grote gevaar dat aan het niet verlenen van voorrang voor voorrangsgerechtigde - en ook voor voorrangsplichtige - weggebruikers is verbonden, zijn de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden niet van zodanige aard, dat zij het opleggen van de onderhavige administratieve sanctie niet billijken en ook niet van dien aard dat zij dienen te leiden tot matiging van de opgelegde sanctie. Dit geldt temeer, nu van onveilig verkeersgedrag van een andere weggebruiker, de verbalisant, in casu niet is gebleken. Uit het relaas van de verbalisant blijkt immers dat hij op het moment van de gedraging op de linkerrijstrook reed, omdat op de rechterrijstrook van de Van Heuven Goedhartlaan naast hem een voertuig reed. Voorts is niet aannemelijk geworden, dat de verbalisant met hoge snelheid heeft gereden. De betrokkene stelt dit wel, maar de omstandigheid dat zij kennelijk is verrast door het feit dat voor haar van rechts een motorrijder kwam, is daarvoor geen toereikende aanwijzing.

3.7. Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beslissing bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.