Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD9009

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
12-12-2001
Datum publicatie
06-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01/00384
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00384

12 december 2001

CJIB 34035986

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Terborg

van 5 juni 2001

betreffende

[betrokkene]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 4 mei 2000 op de Aaltenseweg in de gemeente Wisch.

3.2. De betrokkene voert aan, dat hij linksaf richting Varsseveld is gereden, dat het stoplicht niet diende voor linksafslaand verkeer, en dat hij de gedraging dus niet heeft verricht.

3.3. Het aanvullend proces-verbaal, nr. PL0642/00-302768 van A.C.M. Deurloo, verbalisant, van de politie Achterhoek/Terborg, houdt in zakelijk weergegeven, dat de betrokkene door rood licht is gereden, op een moment waarop het stoplicht meer dan 2 seconden rood licht uitstraalde, dat dit stoplicht rood licht uitstraalde om van linkskomend verkeer van de noodweg de gelegenheid te geven over te steken en de Aaltenseweg op te rijden, dat de handelswijze van de betrokkene gemakkelijk tot gevaar en hinder had kunnen leiden voor het overige verkeer.

3.4. Nu het hof geen reden heeft om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan, dat het rode licht waar de betrokkene niet voor is gestopt, ook bedoeld was voor het linksafslaand verkeer en dat de betrokkene dan ook de gedraging heeft verricht. Daarbij tekent het hof aan dat de betrokkene niet stelt en overigens ook niet is gebleken dat in het verkeerslicht een verlichte pijl zichtbaar was.

3.5. Voorts voert de betrokkene aan, dat als het verkeerslicht wel voor hem bedoeld was, hij geen gevaar heeft veroorzaakt door er doorheen te rijden terwijl het rood licht uitstraalde.

3.6. Het hof overweegt, dat art. 68 RVV 1990 noch enige andere bepaling van het RVV 1990 een uitzondering bevat op het aldaar gegeven gebod, in het bijzonder niet de uitzondering dat de veiligheid van het verkeer niet in gevaar is gebracht. Een en ander brengt mee dat een in strijd met dat artikel verrichte gedraging op zichzelf reeds het opleggen van een administratieve sanctie kan rechtvaardigen, ook in het geval dat door de gedraging de veiligheid van het verkeer niet in gevaar is gebracht.

3.7. Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.