Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8841

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
05-12-2001
Datum publicatie
06-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01/00223
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:8
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 4
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00223

5 december 2001

CJIB 29633182

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Rotterdam

van 23 maart 2001

betreffende

[betrokkene]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking als kentekenhouder een administratieve sanctie van fl 180,-- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht ", welke gedraging zou zijn verricht op 19 augustus 1999 op de Blaak in de gemeente Rotterdam.

3.2. Bij brief van 30 januari 2000, bij het arrondissementsparket te Haarlem ingekomen op 2 februari 2000, heeft de betrokkene beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking.

3.3. Ingevolge het in art. 6, eerste lid, WAHV en de art. 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het beroep bij de officier van justitie tegen de oplegging van de administratieve sanctie te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken. Anders dan de betrokkene wil, vangt die termijn niet aan op de dag van ontvangst, doch welke op de dag na die waarop de inleidende beschikking aan de betrokkene is toegezonden.

3.4. Het beroepschrift is gedateerd 30 januari 2000 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 2 februari 2000 bij het arrondissementsparket ingekomen. Aangezien de inleidende beschikking blijkens de inleidende beschikking op 4 november 1999 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend.

3.5. Ingevolge art. 6:11 Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.6. De betrokkene heeft als reden voor het niet tijdig indienen van het beroepschrift bij de officier van justitie aangevoerd, dat de inleidende beschikking is gezonden naar zijn postadres en niet naar zijn huisadres, terwijl het wel aan zijn huisadres gericht had moeten zijn en dat niet na te gaan is of en wanneer hij de inleidende beschikking heeft ontvangen.

3.7. De betrokkene is op kenteken bekeurd. De inleidende beschikking wordt in dat geval overeenkomstig het bepaalde in art. 4, tweede lid, WAHV gezonden naar het adres, dat is vermeld in het kentekenregister. Dienovereenkomstig is de inleidende beschikking naar het in het kentekenregister vermelde adres, te weten [adres] gezonden. Daarom brengt de enkele omstandigheid dat de inleidende beschikking niet naar het huisadres van de betrokkene is gezonden niet mee, dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is geweest.

3.8. De beslissing van de kantonrechter dient, gelet op het voorgaande, te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting.