Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8710

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
28-11-2001
Datum publicatie
06-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01/00222
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00222

28 november 2001

CJIB 33910477

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Hilversum

van 6 april 2001

betreffende

[betrokkene]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de betrokken niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift naar zijn oordeel niet tijdig was ingediend.

3.2. Beoordeeld dient te worden of de kantonrechter het beroep terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard.

3.3. In art. 6:7 Awb is bepaald dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift 6 weken bedraagt.

3.4. Het zaakoverzicht houdt in dat de beschikking na beroep bij de officier van justitie is verzonden op 24 augustus 2000. Bij schrijven van 15 november 2000 en blijkens de daarop gestelde stempel ontvangen op 16 november 2000 bij het CJIB, heeft de betrokkene gereageerd op de eerste aanmaning van 10 november 2000. Deze brief is doorgezonden aan de officier van justitie, die de brief kennelijk - en terecht - heeft aangemerkt als een beroepschrift, gericht tegen de beschikking na beroep bij de officier van justitie van 24 augustus 2000. Vervolgens is het beroepschrift gezonden aan het kantongerecht.

3.5. Uitgaande van de gegevens uit het zaakoverzicht heeft de kantonrechter de betrokkene terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij te laat in beroep is gegaan. De betrokkene stelt echter, dat zij de beschikking na beroep bij de officier van justitie niet heeft ontvangen.

3.6. Nu de officier van justitie vermeldt in zijn bij de stukken bevindende beslissing van 15 augustus 2000, dat de betrokkene te zijner tijd een nieuwe acceptgiro zal ontvangen waarop staat vermeld bij welke kantonrechter en op welke wijze beroep ingesteld kan worden tegen zijn beslissing en zich bij de stukken niet de beschikking na beroep bij de officier van justitie bevindt, waardoor de mogelijkheid bestaat dat deze beschikking niet aan de betrokkene is gezonden en de betrokkene heel spoedig heeft gereageerd op de eerste aanmaning van het CJIB, is het hof van oordeel dat de kantonrechter de betrokkene ontvankelijk had moeten verklaren in haar beroep.

3.7. Gelet op het vorenoverwogene heeft de kantonrechter de betrokkene ten onrechte en op onjuiste grond niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar het kantongerecht ter behandeling met inachtneming van het onder 3.6. overwogene.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Hilversum ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, Huisman en Van Dijk in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.