Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8535

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-11-2001
Datum publicatie
04-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00422
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00422

7 november 2001

CJIB 38192330

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

Op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te 's-Gravenhage

van 5 juli 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,-- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 6 oktober 2000 op de Prinses Mariannelaan ter hoogte van de Fonteijnenburchlaan in de gemeente Voorburg. In de beschikking wordt als feitcode vermeld R602.

3.2. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat hij niet door rood licht is gereden. Hiertoe voert hij aan dat het verkeerslicht op het moment dat hij de stopstreep passeerde, geel licht uitstraalde en geen rood licht. Ook stelt de betrokkene dat de foto's geen bewijs opleveren dat hij de gedraging heeft verricht. Hiertoe voert hij aan dat op de foto's alleen te zien is dat zijn voertuig zich bevindt voorbij de stopstreep terwijl op dat moment het verkeerslicht rood licht uitstraalt.

3.3. De bij voormelde feitcode behorende gedraging is een overtreding van het voorschrift van art. 62 in verbinding met art. 68, eerste lid, aanhef en sub c, RVV 1990.

Art. 62 RVV 1990 luidt:

Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.

Art. 68, eerste lid, aanhef en sub c, RVV 1990 houdt in:

Bij driekleurige verkeerslichten betekent rood licht: stop.

Art. 79 RVV 1990 luidt: Bestuurders moeten voor een voor hen bestemde stopstreep stoppen, indien stoppen op grond van dit besluit is verplicht.

3.4. Uit art. 68, eerste lid, aanhef en onder c, RVV 1990 in verbinding met art. 79 RVV 1990 volgt dat de gedraging "als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht" moet worden geacht te zijn verricht indien het desbetreffende voertuig voor rood licht niet is gestopt vóór de stopstreep (vgl. HR 7 juni 1994, DD 94.381).

3.5. Bij de stukken van het geding bevindt zich een zaakoverzicht van het CJIB dat als toelichting van de verbalisant onder meer inhoudt:

Het aantal sec. dat het licht op geel heeft gestaan: 03,0.

Het aantal sec. dat het licht op rood heeft gestaan: 01,5.

3.6. Voorts bevinden zich bij de stukken een drietal fotografische afdrukken waaruit blijkt dat het voertuig waarvan het kenteken op naam van de betrokkene is gesteld zich op 6 oktober om 23.10 uur voorbij de stopstreep bevond terwijl op dat moment het verkeerslicht 01,5 seconden rood licht uitstraalde en het verkeerslicht daarvoor 03,0 seconden geel licht had uitgestraald.

3.7. In aanmerking genomen, dat op het ogenblik dat de betrokkene met zijn voertuig de stopstreep gepasseerd was het verkeerslicht reeds 1,5 seconden rood licht uitstraalde, is naar de overtuiging van het hof vast komen te staan dat de betrokkene met het door hem bestuurde voertuig niet is gestopt voor de stopstreep toen het onderhavige verkeerslicht rood licht uitstraalde. Gelet op het onder 3.4 overwogene is de gedraging derhalve verricht.

3.8. De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, als voorzitter, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Muntinga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.