Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8529

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
07-11-2001
Datum publicatie
04-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00363
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00363

7 november 2001

CJIB 27361295

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Helmond

van 12 oktober 2000

betreffende

[betrokkene]. (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [woonplaats]

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,- opgelegd ter zake van "de doorgetrokken streep overschrijden tussen rijstroken / op paden met verkeer in beide richtingen naar links", welke gedraging zou zijn verricht op 28 juni 1999 op de Gemertseweg in de gemeente Laarbeek. De bij deze gedraging behorende feitcode is R616a. De gedraging zou zijn verricht met het voertuig met het kenteken [[kenteken]]

3.2. Het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van F.P.A.W. van der Kuylen, surveillant van politie, d.d. 23 november 1999 houdt het volgende in:

"Op 28 juni 1999, waren wij verbalisanten van der Kuylen en Jansen, belast met rood licht controle op de Gemertseweg gelegen in de gemeente Laarbeek. Ter plaatse hadden wij een onopvallend dienstvoertuig geparkeerd op de parkeerplaats gelegen aan de Gemertseweg ter hoogte van het tankstation Van Lent. Omstreeks 07.56 uur passeerde ons vanuit de richting Gemert een personenauto met het kenteken [kenteken]. De personenauto passeerde links een voor het rood licht wachtende rij voertuigen. Deze voertuigen stonden te wachten voor zowel het rood uitstralende driekleurige verkeerslicht als voor de geopende brug. De betrokkene bevond zich op het moment van passeren links van de doorgetrokken streep en vervolgde zijn weg rechts in de richting van Veghel en reed de Bosscheweg op.".

3.3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in voormeld proces-verbaal het kenteken niet correct is vermeld en dat hij misschien wel ten onrechte is gesanctioneerd. Gelet op het feit dat de gemachtigde van de betrokkene heeft erkend ten tijde van de gedraging met het voertuig [kenteken], zoals de gemachtigde van de betrokkene ook op de door hem overgelegde situatietekening heeft aangegeven, ter plaatse te zijn geweest, alsmede gelet op het feit dat in de "aankondiging van beschikking" het kenteken [kenteken] is vermeld, dient de niet geheel juiste vermelding van het kenteken in voormeld proces-verbaal als een kennelijke schrijffout te worden aangemerkt en het kenteken te worden gelezen als [[kenteken]]

3.4. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat de omstandigheden van het onderhavige geval aanleiding geven om af te zien van het opleggen van een sanctie dan wel om een lagere sanctie vast te stellen. Daartoe voert hij in het beroepschrift aan de officier van justitie het volgende aan:

"Het betreft de situatie ter plaatse van de ophaalbrug over de Zuid-Willemsvaart te Beek en Donk in de gemeente Laarbeek. (...) Bij openstaand (het hof leest: openstaande) brug is er sprake van een "dode" verkeerssituatie er is er geen enkele verkeersbeweging. Het is mij volledig onbekend dat tijdens een dergelijke situatie, komende vanaf de zijweg, Peeldijk, aan de linkerkant van de Gemertseweg richting Beek en Donk, het niet is toegestaan links af de linker rijstrook op te rijden om vervolgens langs het stilstaand verkeer mijn weg richting Den Bosch te vervolgen. Bovendien is en ontstaat daarbij geen enkele onveilige situatie. Daarnaast is ter plaatse waar de Peeldijk uitkomt op de Gemertseweg een onderbroken middenstreep en begint de doorgetrokken streep pas na 25 m'. Sterker nog: praktisch kon ik niet over een doorgetrokken streep rijden en ben ik niet door een rood licht gereden; als gevolg van de "dode" verkeerssituatie.".

3.5. In het beroepschrift aan de kantonrechter voert de gemachtigde van de betrokkene onder meer aan:

"Het driekleurig verkeerslicht vanuit de richting Veghel wordt bij geopende brug, voor links afslaand verkeer richting Gemert (Gemertseweg) groen geactiveerd alleen bij nadering van links afslaand verkeer. Daarna wordt weer rood geactiveerd tot het moment van eventuele nieuwe activaties voor links afslaand verkeer. Bij geen links afslaand verkeer vanuit richting Den Bosch staat het betreffende verkeerslicht op rood. Op het moment dat ondergetekende de Bosscheweg opreed was er geen tegemoetkomend verkeer, heeft ondergetekende zelf, in het voorbij rijden, geconstateerd dat rood licht werd uitgestraald voor links afslaand verkeer en dientengevolge is geen verkeersgevaarlijke situatie ontstaan.".

3.6. Art. 76 aanhef en onder a RVV luidt als volgt:

"Een doorgetrokken streep heeft de volgende betekenis:

a. indien de streep zich bevindt tussen rijstroken dan wel op paden, met verkeer in beide richtingen: bestuurders mogen de streep niet naar links overschrijden en zich niet links van de streep bevinden, tenzij aan de rechterzijde van de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht."

3.7. Met betrekking tot de vraag welke gedraging in de zin van art. 2, eerste lid, WAHV de betrokkene heeft verricht overweegt het hof het volgende. De betrokkene ontkent de doorgetrokken streep te hebben overschreden. Uit voormeld proces-verbaal blijkt niet, dat door de verbalisanten is waargenomen dat de betrokkene de doorgetrokken streep heeft overschreden. Daarom is niet komen vast te staan dat de betrokkene de doorgetrokken streep heeft overschreden.

3.8. Uit voormeld proces-verbaal blijkt echter dat de betrokkene zich links van de doorgetrokken streep heeft bevonden, hetgeen door de betrokkene wordt erkend. Gelet hierop staat naar de overtuiging van het hof vast dat de betrokkene zich links van de doorgetrokken streep heeft bevonden. Deze gedraging is in de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, WAHV opgenomen onder feitcode R616b (als bestuurder zich bevinden links van de doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in beide richtingen). De hoogte van de daarbij behorende sanctie is gelijk aan die welke is gesteld op de bij feitcode R616a gestelde gedraging, welke in de inleidende beschikking is vermeld. Nu de betrokkene naar het oordeel van het hof daardoor niet in zijn verdediging wordt geschaad, zal het hof de inleidende beschikking voor zover daarin de feitcode R616a en als gedraging "de doorgetrokken streep overschrijden tussen rijstroken / op paden met verkeer in beide richtingen naar links" is opgenomen, wijzigen in voege na te melden.

3.9. Ten aanzien van de stelling van de betrokkene dat het in de onderhavige "dode" verkeerssituatie geoorloofd is om zich links van de doorgetrokken streep te bevinden, te meer omdat het licht voor het verkeer uit de richting Veghel niet op groen stond en bovendien het verkeer niet in gevaar is gebracht, overweegt het hof als volgt.

3.10. Met het oog op een veilige en vlotte verkeersafwikkeling is het niet toegestaan om zich links van de doorgetrokken streep te bevinden indien de streep zich bevindt tussen rijstroken met verkeer in beide richtingen, tenzij aan de rechterzijde van de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht. Dit verbod geldt ongeacht of door het zich links bevinden van de doorgetrokken streep gevaar of hinder wordt veroorzaakt. Nu de wetgever geen ruimte heeft willen maken voor het zich links van een doorgetrokken streep bevinden indien dat kan geschieden zonder gevaar of hinder te veroorzaken, en dus in het midden kan blijven of het verkeerslicht in de richting Veghel rood of groen licht uitstraalde, moet - behoudens in de situatie waarin aan de rechter zijde van de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht - onverkort worden vastgehouden aan het verbod zich links van een doorgetrokken streep te bevinden.

Gelet hierop heeft de gedraging niet plaatsgevonden onder omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken dan wel die aanleiding zouden moeten geven om een lagere sanctie vast te stellen. Daar komt nog bij dat de gemachtigde van de betrokkene niet heeft gesteld en evenmin aannemelijk is geworden dat hij, voordat hij links langs het wachtend verkeer reed en het rode verkeerslicht negeerde, zich zekerheid heeft kunnen verschaffen, dat hem vanuit de richting Veghel geen verkeer tegemoet zou komen.

3.11. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, voor zover daarbij de feitcode en de omschrijving van de gedraging in de inleidende beschikking in stand zijn gelaten;

wijzigt, met vernietiging van de inleidende beschikking in zoverre, de feitcode in: R616b en de omschrijving van de gedraging in: "als bestuurder zich bevinden links van de doorgetrokken streep tussen rijstroken dan wel op paden met verkeer in beide richtingen";

verklaart het beroep overigens ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.